Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Goed zóó!" zeide de fluisterstem. „De gendarmen zijn nu op den hoek van je grootvaders dak, daar kunnen ze ons juist zien, ... .blijf liggen, hoor!"

Jan gehoorzaamde, maar zijn lijf trilde van angst.

En in dien nood, inniger nog dan straks, steeg uit Jan's hart een gebed tot den Hemelschen Vader, een gebed zonder woorden, maar uit zielsangst geboren:

Kalmer scheen Jan te worden; zijn lichaam stijf tegen 't schuine afdakje gedrukt, zijn hoofd diep ingedoken, bleef hij roerloos liggen wachten op de stem van De Roever.

Bleven de Franschen zóólang op dien dakhoek? I De seconden schenen uren. Moest hij hier blijven liggen? Had hij straks dien De Roever ook maar eerder gezien'

„Psst!"

„Ja-a. ..." fluisterde Jan bijna onhoorbaar terug.

„Gauw, gauw! Ze zijn tusschen de daken in gegaan

I gauw nu! Geef hier, wat je hebt!... . Nou jij zélf. Hier, grijp

, mijn handen en spring...."

Toen de gendarmen op hun speurtocht tusschen de daken waren verdwenen en zij niet langer het uitzicht hadden op het raam van De Roever, was deze snel opgerezen, had de hem door Jan toegeworpen zaken vlug binnen gesmokkeld en moest nu Ppn jongen waaghals nog in veiligheid brengen.

Tusschen het afdak, waarop Jan stond, en den muur van De Roevers huis, gaapte een donkere diepte, maar die gelukkig niet al te wijd was.

De Roever, een sterke, forschgebouwde man, boog zich snel uit t raam, stak Jan zijn handen toe en gebood hem den sprong te wagen. s

Jan zag de diepte en even, héél even sloeg de vrees tegen nem aan: „Als hij je loslaat val je te pletter "

Allo, t moest. Daar ging hij al; maar in zijn wildheid en door den angst voor zijn vervolgers gedreven, nam hij den sprong te groot en bonsde met zijn lichaam zóó hard tegen de vensterbank aan, dat hij er niet op liggen bleef, maar terugveerde, en zeker ergens op een binnenplaats of een muur verminkt zou zijn neergesmakt, als de ijzeren greep van De Roever zijn polsen niet had omklemd.

„Jong! ' barstte de logeménthouder uit van schrik; zijn zware lijf knakte ineen door die plotselinge vracht aan zün nanoen.

Van HollandKhe Jong», in den FranKnen Tijd. 4

Sluiten