Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

51

De kamer leek een ruïne.

't Was nachtelijk stil in huis. Buiten sloeg de Domtoren zijn verre slagen. Al twee uur!

Opeens schrok tante Lena op. De klopper was op de voordeur gevallen, t Was of hij op haar hoofd neerbonsde, zóó schrok de arme vrouw; haar handen grepen in de lucht, 't was, of haar hart van den schok stilstond. Ze had dezen nacht al zoovéél ellende en verschrikkingen doorstaan en nu dat plotselinge gebonk op de voordeur weer

Wie, wat kon dat zijn. .. . waarom?

Toen gleed er opeens een blijde glans over haar verschrikt gelaat. Ze stond op en met vlugge stappen zich door den warboel Z?£ei-*mer he^nworste>nd ijlde ze, zoo vlug haar dikte haar dat toehe.t, naar de voordeur.

snt)JLhU 1 Ver+?Han' 't was goed volk. 't Waren de bekende speelsche klopperükjes, die vlug achter elkaar aandansten: Hen. .. . twee-drie! Eén. .. . twee-drie! 't Was Jan'

Ze opende niet eerst t kleine kijkgat in de deur om te vragen, wie er was. Ze wist het immers, fe had t kloppen duidlluk verstaan, al klonk het nog zoo zacht auioeiijk

beSe hand?00* T"' l'3f \ Ja\ '\jonécn!" Ze érecP ^ met

waar ben i.MJ ^ haaSt-g Daar binn*n- »Jan' Ja*.

waar ben ,e geweest? Kom maar, m'n jongen.... Voorzichtig

7a'n 2 f? drkcr u:. Wm5 1)611 ''e tóch geweest, Jan?£3 Jan stoof tante voorbij naar de binnenkamer. Daar zag hij bij t uitknetterend vlammetje, den vreeseliiken

«^'dïhaïï/ï^ deedihBm VCrSchriict naar S tè?ugrennen, die haastig de deur sloot, maar den ketting niet zoo spoedig op den haak kon krijgen. 8 1 zo°

„Tante, waar is grootvader?".

„Ze hebben hem meegenomen."

„Wie? De die ?"

hJ:JA' diC Fransch.e schavuiten. O!.... dat ze alles overhoop

ferS .Wi£aS° erg' maar dat ze Rootvader

leêinkerdsm el Sfï™ ♦ *** ™é ?ets gevonden' die <«l " •' ZOU Rootvader nou niet meer terugkomen?" no„Stil eens, jongen.... kijk nou, nou flapt de lamp* uTkijk

meubels0^611 % } Pikdonker nüdden in den warboel van de „Haal maar even een kaars uit de keukenkast, Jan: in 't linker-

Sluiten