Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

55

die al hijgde als ze even de trap was opgeklommen, daar over die donkere daken zou klauteren.

„Maar nou ben je toch weer terug, hè Jan Nou nooit meer

doen! God zij gedankt. Hij heeft ons bidden gehoord."

Jan knikte, en hij dacht aan zijn eigen gebed op 't dak, maar hij

„En vertel me nu toch ook eens Jan, waar heb je dan toch gezeten? En waarom deed je dat?...."

„Ja, tante; maar grootvader dan, waarom hebben ze hem meegenomen?''

„Och, jongen, ik weet het niet goed. De commissaris wist, dat jij hier in huis moest zijn, en toen vond hij je niet, en toen dacht hij maar, dat grootvader jou het dak had opgestuurd. Ik hoorde hem noé zeööen. dat

't wel goed zou zijn geweest als hij ook de huizen van de buren had laten, onderzoeken, want jij zou wel ergens ingevlucht zijn, meende hij, maar dat werk was toch te omslachtig."

„O ja," zei Jan verschrikt, „wilde hij dat doen?"

„De gendarmes vonden je nergens. De commissaris vloekte en stuurde nog eens twee andere er op uit, maar ook die zochten je te vergeefs. Toen heeft hij in zijn nijd je grootvader meegenomen. Ik kreeg een stomp tegen mijn borst, toen ik den ouden man wilde vasthouden. O, Jan, je had 't eens moeten zien, hoe ze hem voortduwden. ... Maar vertel nou eens "

„Zulke leelijkerds zoo'n oude man," bromde Jan, ,,'k wou,

dat ze allemaal van 't dak af " Maar hij zweeg en dacht eraan,

hoe leelijk het van hem was, dat te wenschen. Had hij niet voor zijn eigen behoud gebeden? En toch, ja, hij knarste van kwaadheid op zijn tanden. Als ze hier waren en hij kon, hij zou

i,iue uuu, oan, venei nou.

Sluiten