Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HOOFDSTUK V.

EEN TREUZELAAR.

Een vriendelijk Aprilzonnetje scheen over de langzaam ontwakende stad. De wolken, die in den stormachtigen nacht als donkere reuzen langs het luchtruim voortjoegen, schenen weggedwaald in het rozige morgenland.

't Was nog stil in de meeste straten. Maar hier en daar werden de blinden van de vensters toch al opengeduwd, of kwam een bewoner een morgenluchtje scheppen op de stoep van zijn huis.

De winkels bleven wel 't langst gesloten. De nering was erg slap in dezen drukkenden tijd; de geheele handel was onder Napoleons bestuur verflauwd. Wat zou de winkelier zich druk maken in den vroegen morgen? Koopers kwamen er zoo weinig: er was geen geld onder de menschen; de rijken misten een groot deel van hun inkomen1), de burgers verdienden weinig, de handwerksgezel kon geen werk vinden, de landman leed ook al onder de vaak voorkomende afpersingen van legerafdeelingen,.... Napoleon mergelde Holland uit.

En 't krijgsvolk,, dat Utrecht bezocht voor korteren of langeren tijd? De winkelier was op hen al heel weinig gesteld, 't Waren grage koopers, maar slechte betalers. Hoe kon 't anders? De meesten waren platzak. En hun karige soldij liet ook vaak op zich wachten.

1) Door de tierceering, een der meest beruchte besluiten van Napoleon, ontvingen zij, die gelden aan den Staat geleend hadden, slechts een derde deel van de rente, die hen toekwam.

Engeland had onze koloniën ingepalmd, de handel stond bijna stil. Voor duizenden guldens aan koloniale waren was op Napoleons bevel verbrand, omdat Engeland ze geleverd had. Een pond suiker kostte ƒ 6.—, een pond koffie ƒ 6.30.

Sluiten