Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

78

„Waar is die heengegaan? Vlug, dat we geen tijd verliezen."

Ah! Nu opeens begreep Karei Jan's overhaaste vlucht.

De slimmerd had Jacques en zijn papa op den wal gezien; had zeker gemerkt, dat Jacques naar hem wees en — was er vliegensvlug van door gegaan. Even was er een oolijke blijdschap in

Karei om dien wakkeren Jan, dien gladden vogel Eerst

gisteren op de daken. Nu alweer gevlogen!

„Dat weet ik niet Hij is weggeloopen."

„Zoo, amice, is hij weggeloopen? En vertel me dan eens vlug, waar hij heen moest met dat pak. Dat zul je toch wel weten "

Karei schrok. Ja, dat wist hij. Wat moest hij nu zeggen?

Toen bemerkte hij tusschen het volk in plotseling De Roever, die schuin achter den commissaris stond en die Karei met de oogen wenkte, als wilde hij zeggen: „Zwijg, verraad nu je vriend niet...."

Kareis moed herleefde. „Dat kan ik u niet zeggen, mijnheer."

„Wat?.... Dat beteekent, dat je niet wilt. We zullen je leeren, amice! Antwoord dadelijk, dadelijk!" „Ik zeg niets!"

Een oogenblik weifelde de Franschman. Hij had het dezen morgen zoo verbazend druk, en nu deze nieuwe moeilijkheid weer. Zoo n dwarskop!

Hij streek even met de hand over de oogen, als om na te denken. Zou hij dien jongen maar laten gaan? 't Speet hem wel geducht, dat hij dien anderen knaap niet te pakken had, die zou mogelijk de bergplaats van de gezochte brieven van den oudên schoolmeester wel gewezen hebben, er waren middelen genoeg om hem te dwingen ze aan te wijzen; maar die rakker was verdwenen. Jammer! Die brieven hadden waarschijnlijk veel waarde voor de justitie. De oude lag al lang onder verdenking van te heulen met lieden, die booze plannen voedden tegen de keizerlijke regeering en juist gisteravond, kort nadat de meester Jacques had thuisgebracht, waren er berichten bij den commissaris ingekomen, waaruit 't bleek, dat hij den ouden schoolmonarch niet zonder grond verdacht, en dat deze waarschijnlijk wel stukken onder zijn beheer kon hebben, die meer Hcht in de zaak zouden geven.

De oude was opgeborgen. Ja, maar de brieoen niet.

Had hij den kleinen rakker nu maar te pakken. Vanmorgen had hij twee gendarmes naar 't huis Achter Clarenburg gezonden. Ze waren te laat gekomen. De vogel was gevlogen. Ja, hij had

Sluiten