Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zijn Jacques onder den arm vattende, schreed hij haastig, maar hoog en waardig, tusschen de burgers door naar de poort.

Andere zaken van meer gewicht riepen hem. 't Was toch ook maar hoogst twijfelachtig, of hij iets uit dien stijfkop van een jongen had kunnen halen, 't Scheen een zoontje van een gegoed burif er, en al stoorden de Fransche ambtenaren zich over 't algemeen weinig aan rang of stand1), in deze woelige tijden moest men toch aan voorzichtigheid denken.

In den poortdoorgang ontmoette hem een stadsdienaar, die hem een brief overhandigde. Deze nieuwe tijding deed hem Karei van Merleveld en ook de beide rumoerige vechtersbazen geheel vergeten. Hij snelde naar het bureau van Justitie, trouw door zijn Jacques vergezeld.

Karei was ontkomen en bereikte spoedig zijn thuis, waar hij het gebeurde dadelijk aan zijn vader vertelde, die even bedenkelijk keek, maar toch meende, dat het geval nu wel met een sisser zou af loopen. En half hardop had hij gemompeld: „Er begint durf te komen onder 't volk. De tijd rijpt langzaam."

De Roever en zijn trouwe Krelis hadden nog wat meer moeite gehad om in veiligheid te komen. Tal van straatjongens, belust op dat onverwachte relletje, hadden de jachtpartij ijverig meegemaakt.

Toen De Roever, wien de tong uit de keel hing van 't snelle loopen, de Weerdpoort naderde, vond hij het niet geraden daarbinnen te gaan, omgeven van den joelenden jongenstroep, en Krelis volgde hem nog altijd dicht op de hielen.

„Keerde hij nu maar terug,"1 dacht De Roever, dan was de zaak spoedig gezond .... „of zou die gendarme soms....?"

Opeens bleef hij staan, hijgend van vermoeidheid, en snauwde Krelis toe, terwijl hij hem zijn geldbeurs voor de voeten wierp: „Daar dan .... hh ... . schelm .... hh ... . daar heb je 't . . . . hh . . . . dan .... hh . . . . Ga nou .... hh . . . . uit mijn oogen! .... hh ... ."

Krelis bleef staan, maar een veelbeteekenende blik van zijn baas en een duidelijk handgebaar hadden hem alles doenI begrijpen .... Ze waren scheldend van elkaar gegaan.

Een half uurtje later was er een vroolijk gezelschap bijeen

') Hierin had de Fransche tijd een zijner goede zijden. Onder de oude i Regenten-regeering der Republiek was het recht niet altijd zonder aanzien des persoons uitgeoefend.

Sluiten