Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Vorte, vorte!" kommandeert hij en duwt den knaap naar buiten, de duisternis in. Enkele soldaten volgen. .. .

Wat moest Jan nu eigenlijk doen? Om het huisje heen klonk het stemmenrumoer van de soldaten, die op den weg bij de paarden waren gebleven.

„Vorte, vorte!"

Jan liep het smalle paadje van moeders moestuin langs. De fakkel lichtte. De flakkerende nachtwind huiverde hem langs het slecht gedekte lijf; zijn bloote voeten stootten pijnlijk op de steenen van 't pad. Hij bibberde.

Hooi hadden ze gevraagd. Hier, in 't schuurtje, achter in den moestuin, waar de geit stond, zou nog wel wat liggen. Hij wees 't den Franschman.

„Vorte, vorte!...." De buitenplaats zochten ze immers; wat scheelde hen dat schelf je geitenhooi? En verder dreven ze Jan." Een korporaal drong tot spoed aan.

Jan verstond niet alles, wat er gezegd werd, maar zooveel werd hem wel duidelijk, dat 't den indringers te doen was, 't heerenhuis na te snuffelen, en mee te nemen, wat van hun gading was; iemand scheen hen te hebben ingelicht, omtrent verborgen schatten in de kelders. Jan, die straks, bij het eerste gebons op de deur, nog sliep, kon niet begrijpen, wie dat geweest was.

Toen ze den eigenlijken tuin van de buitenplaats bereikten en den. donkeren romp van het huis door de boomen heen gewaar werden, duwde de onderofficier Jan ruw terug, en beduidde hem te blijven, waar hij was, tot zij weerkeerden.

De soldaten vonden het klaarblijkelijk veiliger zoo'n dwarskijker van een jongen toch maar niet mee naar binnen te nemen. Ze wisten nu den weg zelf wel en verdwenen haastig in de duisternis. De tijd drong. Er moest snel gehandeld worden, want gevaarlijk bleef de onderneming toch altijd. Molitor was een streng heer. Maar, allons, morgen, overmorgen waren ze misschien weer uit Utrecht vertrokken, en op weg naar den oorlog in Pruisen. Er kraaide immers geen haan naar, als ze dit heerenhuis eens even onderzochten. Weineen, 't ging immers om 't hooi van de zolders. „Vorte, vorte!"

Een der Franschen kreeg bevel bij Jan te blijven, om te voorkomen, dat hij wegliep en mogelijk alarm maakte. Hoe stiller zij hier dit zaakje opknapten, hoe veiliger het voor hen was. De

Sluiten