Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

114

belagers waren afgetrokken, had hij met inspanning van zijn laatste krachten zich voortgesleept tot onder den vlierstruik.

Toen kon hij niet verder; maar de angst, dat moeder hem hier vinden zou en gevaarlijk schrikken kon, had hem Jan doen roepen, hoewel hij niet geweten had, of Jan thuis was; niet eens

wist, of moeder en Jan nog leefden De groote blijdschap van

het weer-thuis-zijn had alle bange gedachten verdreven....

Jan naderde nu 't gehucht Veldhuizen; de schemerende hchtgloor in 't Oosten schitterde al vol goudglans, alles scheen vriendelijker en warmer te worden. Achter een boerderij rinkelden al melkemmers.

Jan stapte door en overpeinsde zijn blijdschap.

Dienzelfden nacht had hij Frans' verscheurde uniform begraven in den moestuin. .

Want immers, ze konden weerkomen, die fransche schurken. .

Ja, en dan? 3 . ,. 1 , .

Jan zette 't op een draf. Hij moest voortmaken, vliegensvlug zijn boodschap doen, en dan weer naar huis snellen,. ... of zou hij nog even naar grootvader gaan hooren? Maar als ze hem eens zagen Achter Clarenburg, of als die Franschen weer eens terugkwamen op „Rhijnsoever" om den deserteur te zoeken

Hij zou Ja, wat zou-d-ie doen? Ja, dat wist hij met, maar

hij zou.... , .. ,. j

Bangheid en bezorgdheid gingen t winnen van zrjn blijheid.

En even was hem een stil zelfverwijt het hart binnengedrongen, hij wegging, naar boven was geslopen om, voor zijn bed, te bidden.. Daar geheel alleen, had hij den Hemelschen Vader gedankt, voor Frans' redding, voor zijn eigen, groote blijdschap, voor moeders geluk. „ j

En even was hem een stil zelfverwijt zijn hart binnengedrongen, dat hij alleen in grooten angst of bij groote blijdschap aan den Heer dacht; anders wel trouw bad en dankte, maar dikwijls gedachteloos, niet zoo eerlijk, zoo oprecht, zoo diep uit zijn hart als nu. Dat was bij moeder anders, dat wist hij wel. Zij leefde met God, eiken dag.

Jan had ook gebeden; voor Frans, voor zijn moeder, ook voor ziclizelven....

En nu hij boven de verre stad het goudene zonlicht zag schitteren vol blijden glans, blikten zijn oogen naar den hemel. Daar woonde God, die alles zag en alles wist, die machtig was, machtiger dan Napoleon met al zijn soldaten En in Jans hart

Sluiten