Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

126

oogenblik voor de stad verwacht worden; Utrecht zou geplunderd worden door de Franschen en daarna in brand gestoken, om het den vijand niet in handen te doen vallen; .. en allerlei dwaze veronderstellingen méér werden er gemaakt.

Dat er iets bijzonders dreigde was zeker. Nog dienzelfden middag kwam ook Molitor, die een tijdlang, van uit Amsterdam, het bevel over de Fransche troepen in Holland had gevoerd, in grooten haast naar Utrecht terug.

Hij beval, dat de poorten om vijf uur reeds gesloten moesten worden en dat sterke patrouilles de stad in alle richtingen zouden doorkruisen, om te voorkomen dat er ongeregeldheden plaats grepen, zooals in Amsterdam.

Daarvoor bestond wel gevaar, want al hardnekkiger hielden de geruchten stand, dat de Franschen weldra de stad zouden ontruimen, opgedrongen door den vijand1), en de Franschen vreesden, dat de lang getergde burgers wel eens hun lijdzaamheid moede konden worden nu de vrijheid daagde, en zich op hun onderdrukkers zouden werpen.

Molitor bleef trotsch en streng, en bewaarde den schijn van de oude, volkomen oppermacht, maar in zijn hart was stille vrees.

Als de vijand naderde, zou dat uitvaagsel en samenraapsel van 't oude leger, waarover hij nu nog 't bevel voerde, bitter weimg uitrichten. TT,

Maar — ah! tot het einde toe zouden de burgers van Utrecht zich buigen onder zijn macht

Dien nacht ging ook de oude kurassier mee op patrouille, en bij den eentönigen maatstap van de langzaam rondgaande soldatentroep, gingen zijn gedachten altijd weer terug naar dat eene: „Frans Pommer, de deserteur!"

De stad lag in doodsche stilte, als uitgestorven; maar telkens weer was 't den ouden Franschman, of hier of daar om een hoek van een straat of een "steeg hen iemand ontmoeten zou: trans Pommer.

k „Aan de Vaart over de Leek wiert een schipbrug gelegt, waartoe te voren eenige ponten en andere vaartuigen geprest waren, luidde een bericht

U1M?iitorsgdoel was den overgang bij Vreeswijk over de Lek voor een mogelijken terugtocht van zijn leger in gereedheid te hebben. De weg naar het Zuiden moest open blijven.

Sluiten