Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

17

weten. Hij moest voorzichtig zijn en niet veel praten, waar diende

ook al dat gepraat voor. Ze had hem al eens gewaarschuwd

O, als hij nog eens weer héélemaal beter mocht worden! En dan de Franschen 't land uit, en dan weer schoolhouden, als in die goede, oude dagen, en dan weer....

Ze zat zich in stilte te verheugen in die mooie toekomst.

Wat waren 't droeve maanden geweest, toen zij, daar alleen in 't groote huis, heel zuinig van de spaarduitjes had moeten leven. Hoe blij was ze geweest, dat ze toch eindelijk haar vader weer terug had, al was 't dan ook ziek, en hoe trouw had ze hem verpleegd. Gelukkig maar, dat enkele ouders van meester Volkertsz' leerlingen den ouden man toch nog uitbetaalden, al kon hij geen lessen geven! En wat was er nog menige verrassing aan den zieke gebracht. De bange en droeve tijden hadden toch het medelijden van de menschen niet gedood; de liefde en de achting voor meester Volkertsz waren niet gestorven.

En nu haar vader weer zoo dapper meepraatte en weer geheel meeleefde, met wat daar in de buitenwereld voorviel, steeg uit tante Lena's hart een stil dankgebed naar boven, naar God, Wiens zegenende hand toch altijd over hen was geweest, over allen.

Was Frans ook niet terug gekomen uit Rusland, één uit duizenden?

Frans? 't Werd al later. Ze moest toch weer eens gaan kijken, t Was al over achten.

In de warme huiskamer ging 't gesprek voort.

Utrecht had een rumoerigen dag beleefd, 't Geheele Fransche bestuur, dat m Amsterdam gezeteld was geweest, had de vlucht genomen, was door Utrecht getrokken en in grooten haast naar Gorkum gereisd. Amsterdam was al vrij. 't Geheele Noorden van t land was ook al door de Franschen verlaten; in groote menigte saamgepakt m wagens en schuiten, kwamen Fransche ambtenaren met hun vrouwen en kinderen, met hun geheele hebben en houden, overhaast op Utrecht af. Utrecht immers was het sterke punt nog Daai: was Molitor, daar waren nog soldaten, en daar werd de uit raad schaH °pdnngendc vijand noê n'et verwacht. Molitor zou

all!l0li?r H raad gfCha^ H/j had de vrouwen en de kinderen, allen, die hem meer last dan kracht bezorgden, naar Frankrijk doorgezonden. De mannen, die weerbaar waren, had hij gewapend; nieuwe troepen waren naar Utrecht ontboden en de stad

Van Hollandsche Jongens in den Franschen THd. II.

Sluiten