Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

19

't Was ook het bestaan van deze onderlinge geheime bijeenkomsten en besprekingen, dat de politiecommissaris Duvoiré meende ontdekt te hebben, toen hij meester Volkertsz oplichtte om brieven en bewijzen in handen te krijgen. Die waren toen echter door Jan Pommers' kordaatheid gered.

Later was men voorzichtiger geworden. Alle brieven en stukken, die op de zaak betrekking hadden, waren vernietigd, en alle mededeelingen geschiedden mondeling.

't Was ook in dienst van deze Utrechtsche heeren, dat Frans, na zijn herstel, als kijkkastman vermomd, overal rond ging, om berichten over te brengen, berichten in te winnen, en te speuren, hoe de stemming onder 't volk was; ook bracht hij brieven over naar Amsterdam en den Haag, waar eveneens geheime samensprekingen gehouden waren, die echter heel wat meer gevolg hadden, dan die in Utrecht. Hier was men door Molitors macht met lamheid geslagen; hier moest men wachten en dragen, en — vreezen....

Frans kwam wel vaker bij grootvader, maar wachtte altijd den avond af, om ongemerkt binnen te sluipen. De buren kenden hem immers en wie wist of ze allen te vertrouwen waren? Eens, toen hij in de stad gehoord had, dat de oude man zoo ernstig ziek was, had hij een bos biezen gekocht en was, zonder kijkkast, als stoelenmatter de huizen langs gegaan, tot hij door zijn verschrikte tante Lena was binnengelaten. .. . om 'een stoel te repareeren.

Maar waar hij nu bleef? De Dom sloeg al half negen. Tante Lena was weer binnen gekomen en mijnheer Van Merleveld was over mindèr ernstige zaken beginnen te spreken....

Opeens klinken snelle voetstappen in de stille straat. Allen luisteren.

De klopper bonkt op de deur, haastig en luid, en een vuist bonst ongeduldig na. Wéér valt de klopper en een knie schijnt de deur wel open te willen duwen.

Tante Lena schommelt verschrikt weg, maar De Roever is haar al voor. „Blijf maar," zegt hij, „laat mij gaan...."

„Open, open!" klinkt buiten een fluisterende, gejaagde stem.

vredenen, om er zoodoende zekér van te zijn, dat men bij een algemeene omwenteling in éénen geest werken zou. Zóó kon door den invloed van de meer ontwikkelde burgers,, het volk geleid worden. Zóó zouden de bevrijdende Russen en Pruisen geen land vol lawaaiende oproermakers vinden, maar een volk, dat wist wat het wilde.

Sluiten