Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

31

Stil?. .. . Plonsde daar iets ginds in de sloot? Of was 't in den vijver? Zou Geurtsz probeeren een plank over 't watertje te leggen, dat ginds wel 't smalst was?.... Hij hoorde niets meer. 't Was misschien een vallende tak geweest. Hu, wat raasde die wind!

Jan, die wist dat zijn broer dien nacht op de loer zou gaan liggen, had ook van de partij willen zijn. Die kwajongen; op bed was 't veel beter voor hem. Hij had al gepraald met een mooi plekje, dat hij wist in den „drommedaris". ... alsof het verstoppertje-spelen zou zijn vannacht.

Jan was wel flink, en als 't er op aan kwam bleek het een slimme rakker te zijn, maar Frans vond het toch veiliger zijn jongere broer nu niet aan de gevaren van dit avontuur te wagen. Die Geurtsz was nergens te goed voor, en dan.... je bent op je eentje altijd voorzichtiger en waakzamer.

Weer een plons? Al dichter bij?.. .. Hè, je kon door dien wind ook bijna geen geluid onderscheiden, 't Bleef verder stil.

Die Jan had dezen zomer maar wat best den moestuin in orde gehouden en zelfs wel 't een en ander werk in het park van „Rhijnsoever" verricht, 't Was een kleine vergoeding geweest voor mijnheer Van Merlevelds mildheid, die 't kleine gezin van al 't noodige voorzag. Soms, als Karei kwam, hadden ze weer, als echte jongens nog, gespeeld en gestoeid en menig waagstuk je uitgehaald.

Flink was hij, die Jan. Er zat durf in hem. Frans, die in z'n eentje alles, wat er gebeurd was, nog eens zat te overdenken, glimlachte bij de herinnering aan Jan's kordaatheid, toen diezelfde Geurtsz hen eenmaal in moeilijkheden gebracht had. Frans was eens, op een zomeravond, in zijn vermomming van kijkkastman moeders huisje binnengeslopen en toen waarschijnlijk door den achterdochtigen boer opgemerkt. Die was al heel gauw de buitenplaats komen ophollen en wilde reeds 't hek van den moestuin openen, onder 't voorwendsel een gevluchte kip te zoeken, toen Jan, die lont rook, hem 't pardoes verhinderde door voor 't hek

winstgewest konden inpalmen. Ze wisten nu, dat Holland met zijn Prins voor eigen onafhankelijkheid alles waagde.

Twee legertjes waren dadelijk gevormd. Het eene trok in de richting van Gorkum; het andere, onder generaal De Jonge, zou Molitor in Utrecht bedreigen. Alfen en Woerden waren reeds van den Franschman bevrijd. — Molitors positie werd hachelijk. Uit het Noorden en Oosten dreigden de Verbonden Mogendheden, in 't Westen vereenigden zich de Hollanders. Alleen de weg naar 't Zuiden bleef open.

Sluiten