Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

32

post tc vatten en te zeggen: „Jij hebt hier niks te maken, er is

geen kip en wij komen bij jou ook niet in den moestuin."

De boer, die Jan een antwoord wilde ontlokken, had toen nog zoetsappig gezegd: „Maar waarom zou ik anders hier komen, joggie?" En Jan had geantwoord: „Weet ik niet, maar je komt er niet in!" „

Geurtsz was toen nog wat rond~^Rhijnsoever geslopen, maar er was niets verdachts voor hem te bespeuren geweest. Jan in zijn schik, 't Was meteen een zoete wraak op den stuggen boer, die Karei en hem tot tweemalen toe zijn groentenschuitje om te

varen geweigerd had ,

Een schuitje? Deksels, hoor dat zachte geplons! t Lijkt

wel, of er een bootje door de sloot glijdt. Frans, die met zijn rug naar die zijde gekeerd zat, durfde zich eerst niet bewegen, maar bij een hevigen windvlaag, die de takken wild dooreen sloeg en een luid lawaai maakte, sprong hij om, en wachtte weer en luisterde en loerde....

Kijk! Frans' hand tastte al naar den stok. Hij had Lreurtsz

gezien, heel duidelijk. Een eindje van Frans' schuilhoek af gleed heel langzaam een schuitje door de breede sloot, en, bij een open plek in de struiken van den overkant, zag Frans de zwarte gestalte van een man, die 't bootje behoedzaam voortboomde, donker afsteken tegen de lichtere lucht. Daar ging de schelm. Hij kwam dus niet over de plank en verder den boomgaard door, maar zou zeker ginds, ergens in den vóórtuin, aan wal gaan.

Hem nu eerst nog wat laten doorvaren en dan voorzichtig mee-

sluipen. Hem eerst aan wal laten komen, en dan Zie, wat

doet hij? Het bootje is al tusschen de dorre biezen aan den kant ingeschuifeld en Geurtsz staat recht overeind en schijnt te luisteren. Frans kan alles duidelijk zien. „Zou hij me soms bemerkt hebben?" denkt hij spijtig, omdat de slimme boer dan wel weer handig zou doorvaren, ginds den Leidschen Rijn in... .

Maar opeens hoort ook Frans een vreemd geluid, en luistert. Waar 't op lijkt? Hij kan 't niet onderscheiden; 't is zeker weer de wind die beiden, Geurtsz en hem, parten speelt.

De boer schijnt gerustgesteld, hij is al op den kant gestapt en heeft zijn schuitje onder wat overhangende struiken vastgemaakt. ,,'n Goed plekje, maat!" denkt Frans; hij voelt zijn armen en beenen trillen van spanning. Geurtsz is nu in den donker niet meer te zien, alleen te hooren. Hij nadert, voetje voor voetje over 't gras, schijnt het verraderlijk knerpende grind te mijden. „Goed

Sluiten