Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

36

krachten en Frans, die de stem van zijn jongeren broer herkende, vloog op, ook uit angst voor 't lot van dien onbezonnen jongen.... Eigen veiligheid scheen hij te vergeten; het bloed, dat langs zijn wang sijpelde, uit den diepen jaap, door 't uitschietende mes er in gesneden, bemerkte hij niet „Zoo'n waaghals!"

Maar slechts een oogenblik dacht hij aan Jan. Het groote gevaar deed hem bliksemsnel handelen. Hij wierp zich boven op . den boer, hield hem den mond dicht, voelde de tanden van Geurtsz hem in de vingers bijten, drukte hem woester tegen den

grond Dat schreeuwen zou alles verraden. Als ze 't daar

hoorden op den weg! Als ze 't al niet gehoord hadden.

„Jan je pet. .. . gauw, gauw dan!" fluisterde hij.

Jan, die zich op de trappelende beenen van den boer geworpen had, begreep Frans dadelijk.

Wel spartelde Geurtsz hevig tegen, maar de ineengefrommelde pet werd hem in den mond geduwd en verhinderde hem te schreeuwen. ;v v» %

Als 't maar niet te laat was.

Ssst! Houdt de troep stil? Weineen immers. Frans is ook

soldaat geweest, en weet wel beter. Een geheele colonne staakt den marsch niet om wat hulpgeschrei; maar dat er een patrouille afgezonden wordt om te onderzoeken wat hier in die duisternis van de hooge boomen aan de hand is, lijkt heel goed mogelijk

Sluipen daar al gestalten door den voortuin, of zijn 't struiken, die de wind heen en weer slaat? De beide broers luisteren en turen; ze houden den adem in. Als 't een patrouille is, als ze naderkomt en dan den tuin onderzoekt, als ze hen vindt, zijn ze verloren. En als Frans en Jan op de vlucht gaan en die boer vrij spel krijgt, wie weet, wat er dan met moeder en haar huisje gebeurt? Die Geurtsz zal zich wreken. Daar kennen ze hem

voor

UI ... . 1 • X

T7 . u„,.Ai Ar, nJon van Am hner in ziin sterke vuisten

geschroefd en ligt met zijn gansche zwaarte op het lijf van zijn gevangene. Jan zit op Geurtsz' beenen en verhindert zijn wild getrappel.

Ze verroeren zich niet. 't Duurt lang. Ja, ja daar nadert

iets ,Jan," fluistert Frans, „Jan, loop jij maar weg, dat ze

jou niet krijgen; Jan, toe dan!"

„En jij dan?"

„Ik? Da's niks ga dan!" '*r

„En jij dan? Nee boor, ik blijf Vast, ik blijf!"

Sluiten