Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

37

Frans schijnt zich toch vergist te hebben, 't Blijft rustig, alleen de wind jaagt in razende vaart door de boomen en struiken, fluit door de open vensters van 't koepeltje heen. En Frans begint te hopen, dat Geurtsz' geschreeuw daareven weggestorven is in 't windgeraas en de soldaten niets bemerkt hebben.

't Geluid van den troep is weggestorven. Alles schijnt weer veilig te zijn. Maar, wat moeten ze nu met dien vent beginnen? Frans heeft hem daareven den prop uit den mond gehaald om hem lucht te geven, maar de woesteling is meteen weer aan 't worstelen en schreeuwen geslagen. Als hij dan de Franschen niet beschreeuwen kan, dan wekt zijn gehuil toch misschien zijn huis* genooten, ginds op de boerderij.

Weer wordt hij gekneveld. Hij merkt wel, dat hij tegen die twee niet op kan, al is die ééne ook nog maar een kwajongen. Jan heeft touw uit 't geitenschuurtje gehaald, en er is besloten Geurtsz een tijd lang, een paar uren desnoods, op te bergen in den ouden stal, aan de achterzijde van den tuin.

Ze slepen hem voort; hij kreunt van woede; loopen wil hij niet en — als ze hem een eind weegs hebben voortges jord en Frans struikelt over een boomwortel, weet hij toch nog los te wringen en zijn armen vrij te krijgen.

Hij slaat als een bezetene om zich heen, slingert Jan tegen de staldeuren op, trapt Frans terug en zet het op een loopen den boomgaard in.

Maar ze laten hem niet gaan. Als hij ontsnapt en de Franschen

inhaalt? 't Wordt een wilde jacht tusschen de schimmig-

duistere boomen door; tot de boer de sloot bereikt, er over springt waar ze 't smalst is, maar — kreunend op den anderen oever liggen blijft.

Ze hooren hem vloeken van pijn en teleurstelling; ze zien zijn gebogen gestalte wegkruipen, langzaam, en toch weer neerzakken.

Frans fluistert: „Hij kan wel een been gebroken hebben, of een enkel. Laat hem maar liggen."

Ze houden wacht, langen tijd, maar de donkerte van Geurtsz' lichaam is nog altijd te zien; soms hooren ze hem huilen van pijn.

Jan krijgt 't eerst meêlij. En, als hij voorstelt, den schelm toch maar te helpen, worstelt Frans ook niet langer tegen zijn eigen betere gevoelens. Hij geeft toe....

Ze hebben Geurtsz in zijn eigen hooiberg gedragen. Zij vertrouwden 't niet hem thuis bij zijn vrouw en de knechts te brengen. Mogelijk zond hij nog een van hen den Franschen achterop. In

Sluiten