Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HOOFDSTUK XIII.

TOEN BEGREEP HIJ .... „Woerden wordt uitgemoord!"

't Was maar een grijnzend uitgestooten juichkreet van een Fransch koerier geweest, die dien volgenden morgen, vroeg al, naar Utrecht reed om die blijde tijding over te brengen. Hij zeide genoeg.

Woerden wordt uitgemoord. Woerden was dus gevallen en 't Oranjeleger verslagen; de burgers waren ten prooi aan het uitvaagsel van 't Fransche leger, dat nu, eindelijk, toch eens gelegenheid kreeg te plunderen en te moorden naar hartelust

't Was een droeve dag, een dag om nooit te vergeten geweest voor de drie in 't tuinmanshuisje van „Rhijnsoever". De wind was gaan liggen, en 't was een dier triestig-stille Novemberdagen geworden, grauw van den morgen tot den avond, dreigend van somberte.

De deur van 't huisje was gegrendeld, de luiken waren gesloten. Frans had moeder niet weten te bewegen zich in „Rhijnsoever" te verschuilen.

„Ik blijf bij jullie, je weet niet, wat er gebeuren kan, had ze gezegd, en haar jongens hadden 't wel bemerkt, dat het meer was uit angst voor wat hen zou kunnen overkomen, dan voor de eenzaamheid in 't torenkamertje. Ze bleef bij hen, ze zou waken. Moederliefde is sterk.

En in de halfduistere kamer zat ze en bad. Haar Hemelsche Vader kende haar angsten; Hij had uit zooveel gevaren gered en in haar hart was de groote dankbaarheid voor al Zijn zegeningen Maar nu? Ze bad, en ze vertrouwde, en toch — diep in

haar ziel bleef de onrust en de vrees voor het lot van haar jongens.

Woerden wordt uitgemoord! Langs den weg trekken horden

Sluiten