Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

45

zijn paard, alsof het hem tegen wil houden? 't Lijkt wel een kwajongen. Hij heeft hem al bereikt, en is toch wel genoodzaakt, zijn vaart te verminderen.

„Uit den weg," buldert hij, zijn rijzweep geheven.

„Mijnheer, help me, help ons. .. . Kapitein, de soldaten hebben mijn moeder...."

Wat, ziet die lummel hem voor een officier aan? Hij lacht en wil verder rijden. Wat deert hem het verdriet van zoo'n Hollandschen kwajongen? Er zullen er vandaag wel meer verdriet hebben. ... Maar, op eens doet een onaangename herinnering hem toch een oogenblik stil staan. Wie is die knaap? In 't schemerlicht had hij hem niet dadelijk herkend, maar nu?.... Ja, hij is 't, 't is diezelfde jongen, dien hij kort geleden in Utrecht zag... . juist de oogen van den Hollander, die deserteerde.

„Hoe heet je?" snauwt hij.

„O, mijnheer.... ze hebben mijn moeder zoo.... Ze mogen alles meenemen, maar, m'n moeder...." „Hoe heet je, vraag ik."

Sluiten