Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

delijk zijn, hij wilde ze haten, al die Hollanders, die vijanden

van zijn keizer en dien overlooper 't allermeest

De deur kraakte. Daar kwam hij zeker, die

Krampachtig sloot de kurassier zijn oogen; om zijn mond trok een trek van verachting. Iemand naderde zijn bed.

„imjnneer baruusse, ueui '\ u erge pijn?".... Neen,

H, dat was Frans niet, 't was U t, een zachte vrouwenstem, ■;h vol medelijden, maar ook

I. T I vol verdriet. En hij merkte, W tl dat zich iemand over hem |0| yli boog, en luisterde, en heel |( 1 voorzichtig de dekens wat

| hooger optrok. ""J ]| In zijn hart streden blijd' |J) schap en ongeduld met LT!/) elkaar. Was hij dan een fl\ ' ziek kind, dat vertroeteld ' moest worden, hij, een van -1 Napoleons veteranen?.... \ X En toch kwam de begeerte **J**^ in hem op, die vriendelijke "vrouw even aan te zien en zich te laten verplegen en

verzorgen. Zijn oogen werden zoo branderig en zoo vochtig. *t Was zeker de koorts, die hem zoo vreemd maakte. Tranen?

Hij? Bah! Hij moest dat wijf van zich wegslaan O, dat hij

hier ook zoo machteloos moest neerliggen in een bed, in Holland, vér van zijn makkers en vér van zijn keizer. Hadden de wolven ook hem maar neergetrokken'in de sneeuw.

„Hij slaapt " hoorde hij die stem zeggen, zeker tegen een

ander, misschien wel tegen den deserteur. Zoo straks zou die vent

zich zeker ook over hem komen heenbuigen. Als hij 't durfde

hij zou hem met de vuist tegen den kop slaan.

't Werd stil, de klok tikte zijn eentonig lied, en 't lampevlammetje pinkelde. Voorzichtig opende Larousse zijn oogen; hij wilde die vrouw zien.

Daar zat ze dicht bij zijn bed, de handen gevouwen, het hootd gebogen, voor zich te staren als in groot verdriet. Ja, zij was het!

54

Sluiten