Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

56

De oude krijger antwoordde niet; hij was in zijn gepeins terugdezonken en een bittere trek van wrevel lag op zijn gelaat. „Arme kerel!" mompelde hij soms, en dan weer, zachter: „Maar t is ver-

^Moider verstond zijn gemompel niet. En als Larousse's hoofd brandde van koorts, verkoelde zij 't met water, en a s hij kreunde van pijn, schikte ze beter weer de kussens en dekens om hem heen; ze zorgde voor hem als voor een eigen kind.

In dien nacht dwaalden wondere gedachten door Larousse's hoofd. Zijn koortsige verbeelding deed ^^-l^ïmA^ herinneringen terugzien. Zijn moeder had hi, nooit gekendzijn vader slechts vaag. Die was in Frankrijks oude oorlogen als soldaat weggetrokken. Jean Larousse had hem nooit weergezien ffij had als kleine jongen bij zijn grootmoeder een onderdak tfevonden; maar ook die was gestorven en tusschen de arme boeren van zijn dorp was hij a s verschoppeling opgegroeid. Maar later, toen hij soldaat werd, was het geluk en de glorie van zijn leven gekomen. Veel liefde had hij nooit ondervonden, veel liefde had hij nooit betoond.

En nu, in dien nacht, was 't hem soms, alsof hi, grootmoeders stem weer hoorde, haar handen voelde op zijn hoofd. Dan het hii zich verzorgen als een tevreden kind.

In helderder oogenblikken, als hij de oogen opendeed, zag hij daar bij zijn bed die vrouw zitten, Frans' moeder, gebogen onder haar zwaar verdriet, töch wakende bij hem, den vreemden Franschman, gevende den overvloed van haar goede zorgen, fin wtst, hoe ze haar eigen smart trachtte te vergeten om zyri leed te lenigen, maar hij begreep het niet. De oude krijger kende niet de kracht, die de vrome vrouw vond in haar vertrouwen

°PEn°in dien nacht werd het Larousse duidelijk, hoe Frans Pommer zóó groot verlangen hebben kon naar zijn moeder, naar zoo n moeder; hij begreep het nu, hoe de arme jongen alles vergeten kon, óm die moeder. In het hart van den kurassier werd het een stille blijdschap. Nu hij Frans' heimwee begreep, kon hij den deserteur ook vergeven.

Een oogenblik had Larousse zijn eigen armoede gevoeld^ en het verdriet, zelf ook niet zoo'n moeder te bezitten. Hi] had mets op de wereld dan zijn keizer. Hij hield van niemand, en niemand hield van hem....

Sluiten