Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

57

Maar die vrouw dan, en Frans, en die jongen met de dankbare oogen? O, hij voelde 'l nu als een wonderlijk geluk, dat die menschen toch wel van hem bielden. Hij zag het in hun oogen, hij hoorde 't in hun stem....

Hij had veel beleefd en veel gezien en veel gehoord, en veel geluk gehad. Hij had de haat gezien in de brekende oogen van zijns keizers vijanden; hij had hun verwenschingen gehoord, en hun kermen. Hij had er om gelachen....

Hij had, dronken van geluk, de stem van Napoleon hooren heenklinken over de regimenten, als zij, uit roemrijken strijd weergekeerd, stonden voor hun kleinen keizer en hij z'n dappere kurassiers prees om htm groote daden.

Maar — nóóit nog had hij, als nü, zoo liefdevolle oogen gezien, en nóóit het fluisteren van een stem gehoord, waarin zoo groote dankbaarheid leefde.

En toch — dit nieuwe geluk was gróóter, en het was béter dan al dat andere.

Sluiten