Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

74

konden bereiken, waren ze, door den mist beveiligd, verdwenen. Slechts een, die in de modder van een sloot was blijven steken, werd, na een stevig pak slaag, op ruwe boerenmanier bij zijn dronken kameraad in den stal gebracht.

Intusschen was Van Merleveld doorgereden met zijn ruiters, waarbij ook De Roever zich, op het paard van een der buiten gevecht gestelde burgers, weer had aangesloten. Zoo snel als het voor hun eigen veiligheid geraden was, zetten ze de overige Franschen met de krijgsgevangenen na, en reeds na een kwartier rijdens hoorden ze op den eenzamen weg vóór zich het schonkelen van een boerenkar.

„Halt! Staan blijven!" riep Van Merleveld. Ten antwoord vloog hem een kogel langs de wang en de wagen rammelde in sneller vaart door. Wilder renden de burgers door; dra hadden ze de vluchtenden ingehaald en konden nog juist bijtijds verhinderen, dat de snoodaards den wagen met de zieke en gewonde krijgsgevangenen den Vaartschen Rijn instuurden. Nog werden drie Franschen, waaronder ook een onderofficier met opmerkelijk dikke wenkbrauwen, gevangen gemaakt. In den wagen, die de soldaten, belast met het ziekenvervoer, zeker hier of daar nog hadden weten te pressen, vond men drie gewonde Hollanders; een eindweegs terug, aan den kant van den weg, lagen vijf zieke Franschen, zooeven zeker ijlings van den wagen getrokken, voor men dien naar den waterkant stuurde....

De Roever, wien het paardrijden erg moeilijk viel na zijn val, had plaats genomen bij de geredden. Zoo snel het kon, reed men terug. Het terrein was en bleef, gevaarlijk.

Een der gewonden, die met het gezicht diep in het stroo van den boerenwagen lag weggedoken, bewoog zich pijnlijk, fluisterde om drinken.

Drinken? Dat kon hij krijgen. Een der burgers, die naast den wagen reed, schepte dadelijk een muts vol uit den Vaartschen Rijn.

De Roever boog zich over den gewonde heen en zei: „Hier vrind, drink jij maar eens; straks zul je lekkerder.... — Kerel! ... .kerel, bèn.... ben jij hei?" stamelde opeens zijn stem; zijn handen beefden van schrik en van blijdschap. De gewonde had zijn bebloed en vermagerd gelaat omgewend....

'tWas Frans.

Buiten schemerde het eerst, maar in de gezellige woonkamer

Sluiten