Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

79

officieren door en hakkelde tegen den maire: „Ja, ja, me-meheer ik kan wel...."

„Jij?" klonk de verwonderde vraag. Het volk lachte.

„Ik za-za-zal hem halen!" riep Krelis, en op zijn doortastende manier baande hij zich haastig een weg door 't volk. 't Duurde niet lang, of hij kwam terug met een vrind van hem, die vroeger bij een Russisch edelman had gediend en thans huisknecht bij den heer van Woudenberg was*).

Dat gaf nieuwe vroolijkheid. Nu kon er gesproken en gehandeld worden. Onderwijl hadden enkele burgers de kaarsen en de olielampjes, die nog voor de ramen stonden, aangestoken, want de avond viel snel. Dit goede voorbeeld vond overal navolging, t Leed niet lang, of die vreemde illuminatie schitterde overal in feestelijke vroolijkheid. Ze bracht vreugde en gezelligheid, ze deed, waar ze die menschenmassa en die wondere soldaten, op Cf jnim 6n tusschen hun kleine paardjes gezeten, bescheen, de aTT-, 1 , 0D e?n mooie Plaat uit een vreemd sprookjesboek. Mohtors bevel, de lichten te branden als de vijand kwam, was mtgevoerd, maar geheel anders dan hij zich dat had voorgesteld.

De Kozakken hadden 't goed. De dankbare burgers voorzagen hen van alles; spek en ham en vette pannekoeken werden *t liefst opgesmuld. Van liflafferijtjes houdt geen Kozak. Hoe vetter, hoe smakelijker.

„Ssiss, ssiss!" riepen ze, toen ze eenmaal de lekkere Hollandscne spekpannekoeken hadden geproefd, om te vertellen dat ze nog meer lustten, en ze aten, dat het vet hun in den baard droop.

tusschen de pooten van zijn paard, op de straatsteenen, zat er eentje heel smakelijk een paar vetkaarsen af te kluiven

Ze begonnen vroolijk te worden en bij de burgers in en uit te

oopen, tot eindelijk — er waren al weer nieuwe troepen aangekomen — het beyel kwam, dat alle Kozakken naar de Maliebaan, dus naar buiten de stad, zouden afmarcheeren, om daar den nacht door te brengen.

Een Kozak houdt niet van inkwartiering, hem is de bedstee te nauw, de kamer te dompig; hij houdt van 't vrije veld en den loeienden wind; hij deelt zijn strop broederlijk met zijn paard en bij de hoog opvlammende wachtvuren droomt hij van zijn eindelooze steppen m zijn verre vaderland, waar de sneeuwstorm jaagt ot de zonnebrand schroeit.

stond0626 hMisknecht was de eeni*e » <k Sansche stad, die Russisch ver-

Sluiten