Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Ik weet alleen maar, dat Vader den laatsten tijd erg knorrig is en dat hij bepaald een of ander plan heeft, aat hij geheim wil houden. Verleden week was ik op den zolder, en toen hoorde ik Vader niet zoo'n beetje te keer gaan, en hij sloeg met zijn vuist op de tafel en schreeuwde zoo luid, dat ik hem boven gemakkelijk kon verstaan, en hij riep:

„Wacht maar, jullie schurken en bedriegers, wacht maar, tot ik eenmaal op zee ben, dan zul je rare dingen zien! Ik zal ze wel krijgen, die schoeljes, die mooi weer spelen van mijn geld, — ha ha, als ik maar eenmaal op zee ben!"

„Dat is gek," zei Gerrit. „Zou hij misschien kaperkapitein willen worden, en op avontuur gaan varen?"

„Ik weet het niet, maar ik geloof het stellig," zei Jan. „En als het zoo is, dan is meteen het raadsel opgelost, waarom ik niet mee mag. De handel op avontuur is nog al gevaarlijk, altijd vechten met messen, sabels en kanonnen, en daar zal Vader mij niet aan willen wagen, denk ik."

„Ha, wat zou ik graag met hem mee willen," zei Aris

Pigge:.

„Hij kan geen jongens aan boord gebruiken, zegt hij," zei Jan.

„Neen, dat begrijp ik. Als hij op de kaapvaart gaat, heeft hij mannen noodig, en geen jongens," merkte Gerrit Quik op. „Als hij mijn Vader maar met rust laat...."

„Waarom zou hij niet?" viel Jan Compaan in. „Vader wordt toch geen zeeroover en dus zal hij zijn landgenooten wel met rust laten. Neen, als hij op avontuur gaat varen, geldt het alleen Spanjaarden en Portugeezen, en die zullen een kwade aan hem hebben, want als Vader eenmaal begint, is hij niet pluis."

„Ik zou ten minste liever met hem eten, dan vechten," zei Aris Pigge. ,,'t Is een reus van een kerel, en hij zal er een fatsoenlijk handje kracht op nahouden, denk ik."

„Hij is geweldig sterk," zei Jan trotsch, want hij koesterde een groote bewondering voor zijn vader. „Maar zeg eens, Gerrit, hoe kwam jij er toe om te denken, dat mijn Vader zeeroover zou worden?"

Sluiten