Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

TWEEDE HOOFDSTUK.

IN DE HERBERG VAN JAN VECHTERSZOON SMIT.

In de herberg van Jan Vechterszoon Smit, die j'uist tegenover Compaan woonde, was in den avond van dienzelfden dag druk bezoek, 't Was maar een heel eenvoudig vertrek, met een betegelden vloer en een lage, berookte zoldering, welke gedragen werd door zulke zware balken, dat hij het zeker wel eenige eeuwen kon uithouden, zonder van zwakte in te storten. Aan die balken hingen tal van gerookte hammen en worsten, die den hongerigen reiziger wel den indruk konden geven, dat hij bij dezen waard niet van gebrek behoefde om te komen. Het licht kwam binnen door een viertal kleine ramen, en de inventaris bestond uit eenvoudige houten tafels, met dito stoelen en bankjes, waarop de bezoekers plaats konden nemen. De eenvoudige dorpelingen waren in dien tijd nog niet zoo verwend als tegenwoordig en hadden geen zachte divans en mollige kussens noodig, om het zich behagelijk te maken. Tegen den achterkant bevonden zich vier of vijf planken op eenigen afstand boven elkander, die het buffet vormden en bezet waren met tinnen kannen en bekers, benevens wijnglazen van verschillenden vorm. Een toonbank was voor het buffet geplaatst op zoodanigen afstand, dat de kastelein er achter juist plaats genoeg had, om er zich te bewegen. Onder dien bank lagen een drietal vaten bier van verschillend brouwsel, waaruit de gasten hun keuze konden maken.

De bezoekers hadden een drietal tafeltjes bij elkander geschoven en daar omheen plaats genomen. Er was er niet een, die geen kleingekopt pijpje met dikken steel in den mond had, want het „toebackzuigen" was toen, vooral in

Sluiten