Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

27

„Ja," zei Sieuwert Cornelis van Suerwout, „ik zou hem mijn hals niet graag leenen. Maar toch schijnt hij de hoofdschuldige niet te zijn. Ik heb gehoord, dat hij met den aanslag niets te maken wou hebben, en dat hij alleen maar op aandringen van zijn broer Willem wat geld gegeven heeft...."

„En die dominé?" vroeg Compaan.

„Die is gevlucht! O, er zijn er vele van het complot gevangen genomen, maar 'sommigen zijn door een overhaaste vlucht weten te ontkomen, Van Dijk ook, en dat was mede een van de hoofdaanleggers."

,,'t Is voor de kerels te hopen, dat zij den dans ontspringen," zei Compaan, terwijl hij zijn pijpje te voorschijn haalde, het met tabak vulde en met krachtige trekken aan een gloeiend kooltje, dat in een koperen comfoortje op de tafel stond, van vuur voorzag. Hij was weldra in een dichte rookwolk gehuld. „Als ze — pmm, pmm, — gesnapt worden, pmm pmm, kijken ze weldra zoo vast en zeker — pmm, pmm, door een hennipen venster, als tweemaal twee vier is. En hoe is het, Jan-buur, waar blijft mijn biertje? Onder het vertellen van Sieuwert moet je je werk niet vergeten."

„Je hebt me nog niets besteld, buurman," zei Jan Vechterszoon Smit, „maar allo, wat zal het wezen? Een beker Vlaamsch ? Of voor een veranderingetje misschien Delftsch ?"

Geen van beiden, — geef me maar bokkebloed, dan voel je ten minste, dat je wat drinkt."

„Ja, 't is koppig goedje," zei Pigge, de vader van Aris. „Intusschen, Prins Maurits zal wel in zijn nopjes zijn, dat de zaak zoo afgeloopen is. Die matrozen hebben wel een goede belooning verdiend, zou ik zeggen."

„O, die zullen ze wel krijgen ook. Ze zijn in allen gevalle heel wat beter .af dan de kerels, die thans alle moeite moeten doen, om den Schout en zijn dienaren uit de handen te blijven. Wie weet, in welke vermommingen zij thans door ons land rondzwerven, elk oogenblik vreezende. dat zij gegrepen zullen worden. Brrr, 't is om er de nachtmerrie van te krijgen."

Op dit oogenblik ging de deur van de gelagkamer langzaam

Sluiten