Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

30

behaald, en wat krijg ik er van ? Mijn gerechte deel ? 't Mocht wat! Ik word met een kleinigheid afgescheept, en de rest blijft aan den maat- en den strijkstok hangen, 't Zijn allemaal schelmen ën dieven, die mijn duiten in hun eigen zakken laten verdwijnen, — maar mijn geduld is uitgeput. Ik zal voor mij zelf gaan zorgen. Van den Prins en van de Hoogmogende Staten heb ik permissie gekregen, om den handel van avonturije te drijven, en gisteren heb ik het schip gekocht van de weduwe van Pieter Gerritsz van Medemblik, en over drie, uiterlijk vier weken steek ik in zee. En dan, hahaha, dan zullen ze vreemde dingen zien, wacht maar. 't Is een schurkentroep, zeg ik jullie!'

En nogmaals kwam zijn vuist daverend op de tafel terecht. Klaas Compaan zag er in zijn toorn en opgewondenheid op dit oogenblik schrikwekkend uit, want er gloeide een vuur in zijn oogen en er klonk zooveel opgekropte woede in zijn stem, dat niemand, ook al zou hij hebben gewild, het gewaagd zou hebben, om hem op dit oogenblik ook maar een stroobreed in den weg te leggen. Compaan was een groote man, heel knap van persoon, en het was hem aan te zien, dat hij over een enorme lichaamskracht kon beschikken. Gewoonlijk echter was hij vriendelijk tegen iedereen en niemand op het geheele dorp had een hekel aan hem.

„Wat hoor ik je zeggen?" zei Suerwout. „Heb jij dus de „Walte" gekocht, die al lang op avontuur heeft gevaren?"

„Ja, dat heb ik. 't Is een goed schip, al is het niet groot.."

„Neen, groot is het niet,' viel een andere zeekapitein in. „De Walte ' ken ik heel goed, en Pieter Gerritsz, den Commandeur, heb ik ook heel goed gekend. Hij is gestorven tengevolge van een val in het ruim."

„Ja, dat is zoo, en weldra kies ik zee. Ik heb flinke kerels noodig, want bij de kaapvaart moet je niet bang zijn. Dan fluiten de kogels je dikwijls om de ooren. Flinke kerels heb ik noodig, zeg ik, die niet bang voor hun hachje zijn en de handen uit de mouwen durven steken. Maar zij zullen het goed bij mij hebben."

Bij die woorden keek Compaan den vreemden man, die

Sluiten