Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

44

de Walte stapte en te midden van zijn tachtig onderhoorigen trad, nam hij een fiere houding aan, wat hem met zijn kloeke, forsch gebouwde gestalte niet moeilijk viel, en lag er een trek van ernst en beslistheid op zijn gelaat, die onwillekeurig eerbied afdwong. Na zijn mannen gemonsterd te hebben, betrad hij de campagne, en riep zijn twee stuurlieden, Jan Willem Struijf en Willem Dirksz van Enkhuizen, bij zich, met wie hij een korte bespreking hield. Daarna gaf hij bevel de zeilen te hijschen en de ankers te lichten, 't Was prachtig weer. De zon scheen helder en een kleine bries deed de zeilen bollen en bracht het schip in beweging. Langzaam zette het koers in de richting van Tessel.

De Walte mocht dan geen groot schip zijn, 't was maar een kapervaartuig van den derden rang, maar 't was sterk en hecht gebouwd, 't Had indertijd nog deelgenomen aan den slag bij Gibraltar, waarin Jacob van Heemskerk, zij het dan ook ten koste van zijn leven, een schitterende overwinning bevocht. Toen het in bezit kwam van Klaas Compaan, voerde het zeventien gotelingen, zooals men toen kanonnen noemde, en kon het dus, onder bekwame leiding, nog een geduchte vijand worden.

Zonder eenigen overlast voer het bij Texel de Noordzee in en hield koers naar het Zuiden. Al heel spoedig kreeg Compaan gelegenheid te toonen, dat hij het met het mijn en dijn in net geheel niet nauw nam, want toen hij een Egmondsche visschersboot op zijn weg ontmoette, een buis genaamd, voer hij er regelrecht op af, en riep den buisman, die op de galg stond, daar ze gewoonlijk de masten opleggen, als die gestreken waren, toe, dat hij den schipper wilde spreken. Deze kwam terstond naar boven en, daar hij vreesde met een Duinkerker kaper te doen te hebben, smeekte hij met den hoed in zijn hancf hem en de zijnen het leven te laten.

„Heb medelijden met een armen zeeman, Commandeur, en maak mij niet ongelukkig," smeekte hij.

Maar Klaas Compaan gaf hem lachend ten antwoord, dat hij het in het geheel niet op zijn ongeluk had toegelegd en alleen maar voor goed geld een last haring van hem wilde koopen.

Sluiten