Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Drink hem ledig, 't is goede wijn!" zei Compaan, terwijl hij het voorbeeld gaf.

„Maar ach, wat zullen mijn reeders zeggen!" kreunde de ongelukkige kapitein. „Hoe durf ik hen ooit weer onder de oogen komen ? — O, ik ben een verloren man, en dit — dit is zeeroof —"

„Juist," vulde Compaan aan, „dit is zeeroof, gepleegd door een Hollander, die weldra de schrik der zeeën hoopt te worden. Mijn naam is Compaan, — Eilaas Compaan, onthoud .hem goed, want je zult hem weldra dikwijls genoeg hooren noemen. En nu zullen we verder over de zaak niet praten, maar tot handelen overgaan. — Agge!"

Agge de Fries stond met geladen musket voor de deur van de kajuit, gereed om zijn Commandeur te hulp te snellen, zoo dit noodig mocht blijken. Maar 't was niet noodig, want de Hamburger dacht niet aan tegenweer. Integendeel, hij beefde over al zijn leden en zat als wezenloos op zijn stoel.

„Een verloren man, — ik ben een verloren man," kwam het toonloos over zijn lippen. „Ach, wat moet er van mijn vrouw en kinderen worden?"

Herman Taams' hart vloeide over van medelijden met den ongelukkigen man, en hij keek zijn gewezen buurman Compaan, dien hij altijd voor den vriendelijksten man ter wereld had gehouden, verwijtend aan, wat dezen niet ontging.

„Wat is er, jongen?" klonk het hem bits toe. „Kijk nu maar niet, of je 't te Keulen hoort donderen. Dit is nog maar een beginnetje; je zult hier aan boord nog wel andere dingen beleven. — Agge," riep hij den binnentredenden kajuitswachter toe, „breng den kapitein naar zijn schip terug en neem van alles bezit. Je kimt in de booten een veertig goed gewapende mannetjes medenemen voor het geval, dat men zich daar zou willen verzetten. — Begrepen?"

„Begrepen, Commandeur," was het antwoord, en reeds wilde Agge zich verwijderen, om het ontvangen bevel uit te voeren, toen plotseling de kapitein zich van zijn stoel liet glijden en handenwringend op zijn knieën tot voor de voeten van Compaan voortkroop.

Sluiten