Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

63

niet ? 't Is mijn broer, en ik lijk veel op hem. Ach toe, kijk me eens goed aan, heb je nooit een jongen slaaf ontmoet, die er ongeveer uitziet als ik, en alleen wat ouder is?" Neen, niemand kende hem.

„Waarom zoek je hem?" vroeg er een. „Wou je hem loskoopen ?'"

„Ja, ik wil hem Ioskoopen, — o, wat...."

„Zoo, heb jij zooveel geld in je bezit, dat je een slaaf kunt Ioskoopen?" klonk het plotseling achter hem, en toen hij zich omkeerde, keek hij in het lachende, maar valsche gezicht van Hendrik de Hoogh, den bootsman. „Haha, ben jij zoo'n rijkaard? Dat zou ik niet gedacht hebben. Ik zal je voortaan met wat meer eerbied behandelen."

Herman Taams wist van schrik eerst niet, wat hij zeggen zou. Het was hem tot nog toe gelukt, zijn geheim goed te bewaren, en het geld had hem steeds veilig en goed bewaakt op het bloote lichaam gelegen, — en nu had hij zelf in een onbewaakt oogenblik zijn geheim prijsgegeven en nog wel ten aanhoore van den bootsman Hendrik de Hoogh, dien hij voor een geslepen schoelje hield, wat hij dan ook inderdaad was. Wie trouwens was dat aan boord van Compaans schip niet? 't Waren allen schavuiten van den eersten rang, tot alles in staat. Gedurende enkele seconden kon hij van schrik geen woord uitbrengen. Verbouwereerd staarde hij den bootsman in de valsche oogen, en hij voelde, dat hij doodsbleek werd. Dat duurde echter niet lang, want spoedig herstelde hij zich, en zijn mond tot een krampachtig lachje vertrekkende, zei hij:

„Ik geld ? 'k Wou, dat het waar was, bootsman. — Neen, ik zei dat maar zoo bij wijze van spreken, zie je. Als ik het geluk mocht hebben de verblijfplaats van mijn broer op te sporen, zou ik onzen Admiraal verzoeken, mij het losgeld voor te schieten...."

„Hahaha!" lachte de bootsman schamper, „Compaan zou je zien aankomen. — Voorschieten! — Hij! Wees wijzer, jongen. Van hem heb je niets goeds te verwachten, geloof dat maar. Hij houdt liever alles zelf."

Sluiten