Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

68

„Maar mijn goede Heer," voegde de koopman hem bedaard en kalm toe, „de ammunitie is hier nu eenmaal zoo duur, daar kan ik niets aan veranderen. De voorraad is maar heel klein in de stad, en 't is louter een voor u gelukkig toeval, dat ik er nog al wat van heb. Maar u moet niet vragen, wat die mij zelf heeft gekost. Kapitalen heb ik er voor betaald, ik zeg kapitalen, en u behoeft ze absoluut niet van mij te nemen. Ik zit er geen oogenblik verlegen mede en zou wel tienmaal mijn voorraad kunnen verkoopen, als ik zooveel had. Er is hier bijna geen ammunitie te koop, geloof me, wat ik zeg, en als ik u mijn heelen voorraad wil overdoen, is dat alleen uit vriendschap en vanwege onze nieuwe kennismaking. Ik zal u niet bedriegen. Waarom zou ik dat? Ik hoop nog dikwijls zaken met u te doen, en dat zal niet gaan, als ik met bedrog begin. Dus graag of niet."

„Dan niet!" bulderde Compaan den gewezen zeeroover toe, en hij sloeg nogmaals woedend met zijn beide vuisten op de tafel, zoodat de bekers er bijna afdansten en de kannen rinkelden. „Ik laat mij niet afzetten en je moet niet denken, dat je met een kind te doen hebt. En den tusschen ons gesloten koop vernietig ik. Je krijgt niets van mijn kostbare lading, die ik nog liever overboord gooi, dan mij met open oogen te laten bedriegen! Je moet me niet met schelmerij aan boord komen, want dan ben je aan het verkeerde kantoor!"

Compaan stond op en liep met gebalde vuisten de kajuit op en neer.

Simon de Danser bleef echter de kalmte in eigen persoon en wenkte Herman toe, dat hij de bekers nogmaals zou vullen. En toen hief hij den zijne op en zeide:

,,'t Spijt me, Heer Admiraal, dat u den gesloten koop vernietigt, wat eigenlijk niet is, zooals het behoort, want onder eerlijke mannen is een koop een koop. Maar ik zal mij niet tegen uw handelwijze verzetten. Ik drink uw welzijn, Heer Admiraal, en wensch u toe, dat u elders voordeeliger condities zult kunnen maken."

„Elders ?" schreeuwde Compaan hem toe. „Elders ? Neen,

Sluiten