Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

' van zijn mes, en hij deed het luidruchtig genoeg om daarbinnen gehoord te worden. Een paar honden op de binnenplaats beantwoordden zijn kloppen met een nijdig geblaf.

Met spanning wachtte hij af, wat er gebeuren zou, doch de honden kwamen tot rust en de poort bleef gesloten, Nogmaals klopte hij, en nogmaals en nogmaals, maar zondei baat, zoodat hij ten einde raad besloot zijn poging op te geven en naar de Walte terug te keeren.

Hij deed het met droefheid in het hart en tranen in de oogen. De arme jongen! Hoe vreeselijk was hij teleurgesteld in zijn blijde verwachtingen, hoe dicht had hij gemeend te zijn bij de bereiking van zijn doel, en helaas, hoe ver was hij er nog van af. Neen, hij kon het zich niet ontveinzen, dat hij het zelfs nog geen schrede nader gekomen was.

Langen tijd dwaalde hij in het spinnenweb van sloppen en stegen rond, tot hem eindelijk een zucht van verlichting ontsnapte, toen hij weer op het plein terecht kwam, waarop de groote moskee zich verhief. Daar sloeg hij een breede straat m, die hem weer bij de groote winkels bracht, en toen behoefde hij slechts rechtuit zijn weg te vervolgen om op de reede te komen, 't Was reeds vrij laat geworden en de straten waren verlaten en stil. Reeds had hij bijna de reede bereikt, toen uit een donkere steeg, die loodrecht op de hoofdstraat stond, plotseling een gedaante te voorschijn kwam, die haastig zijn blik links en rechts wendde en toen regelrecht op Herman toeliep, 't Was een Oosterling, naar t scheen, want hij had een tulband op het hoofd en was gekleed in een wijden burnous. Toen de vreemdeling regelrecht op Herman toekwam, werd deze eenigszins bevreesd en wilde hem ontwijken, maar plotseling wierp de man zich op hem, greep hem vast en sleurde hem de steeg in. De man was sterk, dat voelde Herman duidelijk genoeg, en 't was onbegonnen werk, om zich tegen hem te verzetten. Trouwens, dat zou hem ten eenen male onmogelijk zijn geweest, want hij voelde zich nog duizelig vanwege de slagen die de Jood hem op zijn hoofd had toegebracht, en hij stond nog lang met vast op zijn beenen. Hij kon alleen een hevigen

84

Sluiten