Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

VIJFDE HOOFDSTUK

WAT ER INTUSSCHEN TE OOSTZAAN GEBEURDE.

Laten we zien, hoe intusschen de zaken te Oostzaan stonden, en hoe onze drie vrienden Jan Compaan, Gerrit Quik en Aris Pigge het maakten, die wij reeds te lang uit het oog verloren hebben. Vele maanden waren sedert het vertrek van Compaan voorbijgegaan, en nog altijd was hij niet in het vaderland en in de echtelijke woning teruggekomen, tot groote verbazing van zijn vrouw, die maar niet kon begrijpen, wat er de reden van kon zijn. O zeker, vroeger had zij soms wel veel langer op zijn terugkomst moeten wachten, dat wist zij wel, eenmaal zelfs wel meer dan drie jaar, maar toen voer hij op Indië, en dan was een reis van drie jaar nog niet 'eens lang te noemen. Er waren wel zeevaarders, die zeven jaar en langer uitbleven, maar nu was het immers heel anders.

Nu ging hij niet naar het verre Indië of naar de West, maar kruiste op de kusten van Engeland of langs Spanje, Portugal en hoogstens langs Afrika. Hij had dus gelegenheid genoeg om van tijd tot tijd m een Hollandsche haven binnen te vallen en haar en de kinderen te bezoeken. Neen, zij kon in de verste verte niet vermoeden, wat de reden van dat lange uitblijven kon zijn en verbaasde er zich over in hooge mate. De eene maand na de andere verstreek, en zij kreeg taal noch teeken van hem. Gelukkig had hij haar voor zijn afreis goed van geld voorzien, zoodat zij voorloopig geen armoede behoefde te lijden.

Eindelijk bekroop haar meermalen de vrees, dat hij misschien gestorven zou zijn en zij hem nimmermeer zou

Sluiten