Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

IOO

aangebroken. Natuurlijk was hij Vrouw Compaan goeden dag komen zeggen, want zij woonden vlak naast elkander, en Jan had hem nog een eindweegs vergezeld, toen hij het dorp voor langen tijd ging verlaten. Aris Pigge had niet mede kunnen gaan, want die was met zijn Moeder naar Oom Wijbrand in Amsterdam. Als dat niet het geval geweest was, zou hij het zeker ook gedaan hebben.

En toen hij terug kwam, was hij meer dan blij, want inderdaad had Oom Wijbrand een mooi plaatsje voor hem weten te vinden, neen, niet op een van de andere schepen, die onder zijn oppercommando zouden uitvaren, maar op zijn eigen schip, de Hollandia, waar Aris als kajuitsjongen zijn Oom mocht bedienen.

Wat hij trotsch was! Hij, de kajuitsjongen van een Admiraal, die het bevel voerde over niet minder dan negen schepen, 't Was waarlijk geen kleinigheid. Toen hij het Jan Compaan vertelde, zette hij een borst op, of hijzelf Admiraal over al die schepen was, en hij vond zichzelf een buitengewoon gewichtig personage.

Intusschen bleven de dagen voor Vrouw Compaan in de grootste spanning voorbij gaan, want nog altijd keerde Hein Aartsz niet van zijn reis naar Den Haag terug. O, zij kon het haast niet langer uithouden en brandde van nieuwsgierigheid, met welk bericht hij eindelijk zou thuiskomen. Zij kon er dikwijls den slaap niet door vatten en lag menigmaal uren lang wakker.

Eens op een middag zat zij weer alleen in de kamer en dacht aan haar man en haar zwager, toen plotseling de deur openging en iemand binnen kwam. Zij schrikte ervan, want haar eerste gedachte was, dat Hein thuis was gekomen en haar zijn wedervaren kwam vertellen, en zij sprong met een schok op van haar stoel, — maar dadelijk merkte zij tot haar groote spijt, dat zij zich vergist had. 't Was een zeeman, dat zag zij met een enkelen oogopslag, maar zij kende hem niet.

„Dag Vrouw Compaan," klonk het haar toe.

„Goeden dag, al is u me onbekend," zei Vrouw Compaan,

Sluiten