Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ii7

„Vlucht! Vlucht!"

Compaan en de beide jongelieden raakten door de duisternis in een bosch slingerplanten verward, waaruit zij haast niet los konden komen, en vlak achter hen naderden wel zes Spanjaarden, met getrokken zijdgeweer.

„Ach, nu is het met ons gedaan!" zoo dacht Herman, die tevergeefs naar een uitweg zocht.

Maar hij, zoowel als de Spanjaarden, hadden buiten den waard, dat wil zeggen, buiten Compaan gerekend, die alleen wel voor zes Spanjaarden gold. Hij hield voor hen stand en viel zoo verwoed, zoo snel en met zooveel kracht op hen aan, dat de schrik hun om het hart sloeg. Al spoedig lagen er twee van hen zwaar getroffen op den grond, en de derde zou weldra volgen, en toen Herman en Thijs zich bij hem voegden en dapper op hen aanvielen, vonden zij het maar wijzer op den loop te gaan. Zulk vechten hadden zij nog nooit gezien. Maar daarmede was nog alle gevaar niet geweken, verre van dat, steeds grooter werd het aantal vervolgers, en tegen de overmacht was het niet vol te houden.

Voort dus, voort!

Ha, daar kwamen zij bij de zee; zij hoorden de branding bruisen.

„Naar de booten!" riep Compaan hun toe, terwijl hijzelf in zee stapte. Voort ging het. Steeds dieper werd de zee, want de vloed was opgekomen. Eindelijk was alleen Hermans hoofd nog boven water, maar geen nood, hij kon zwemmen als de beste en de boot gemakkelijk bereiken. Ook Compaan kon zwemmen. Maar met Thijs Nellissen was het erger gesteld, want dié was de kunst niet machtig.

„Help!" riep hij. „Help!"

„Zwem jongen!' riep Compaan hem toe, die een paar meter voor hem uit zwom.

„Dat kan ik niet!" riep Thijs. „Help, of ik verdrink!"

Het water reikte hem tot aan zijn lippen.

Toen keerde Compaan terug. Hij greep Thijs stevig beet en bond hem op zijn trom, dien hij nog steeds bij zich had, om hem voor verdrinken te behoeden. Toen sleepte hij hem,

Sluiten