Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

120

dan asjeblieft niet. Ik ben Compaan, de gevreesde zeeroover!"

Zijn waarschuwing aan de heeren, om niet te schrikken, was vergeefsch geweest, want nauwelijks had hij zijn naam genoemd, of zij sprongen alle drie, als door een electrischen vonk getroffen, tegelijkertijd van hun stoel op en, staarden hem doodsbleek met open mond en oogen aan. De stoel van den eersten stuurman viel zelfs dreunend tegen den grond, wat tengevolge had, dat onmiddellijk de kajuitsdeur open geworpen werd en Agge en Willem, de twee wachters, in de opening verschenen in de meening, dat hun meester aangevallen werd en hun hulp dus noodig had.

_ Compaan, die zich niet weinig vermaakte met den schrik, dien zijn gevreesde naam bij zijn drie bezoekers had verwekt, zat te schudden van het lachen, wenkte hun echter toe, dat hij hun hulp niet behoefde, waarop zij dadelijk weer verdwenen en hun plaats voor de kajuitsdeur innamen.

„Compaan? — Compaan? De zeeroover!" stamelden Evert Cornelisz en zijn beide stuurlieden, en zij staarden Compaan beteuterd aan en konden haast geen woord uitbrengen.

„Ja, ik ben Compaan!" riep deze hun nogmaals schaterend van het lachen toe, „en jullie alle drie zijt mijn gevangenen! Wel, wat zeg je daarvan ?"

Nu werd het nog erger, Evert Cornelisz brak het angstzweet uit. O hemel, zou hij zijn mooie schip en kostbare lading zoo opeens moeten verliezen? Hij poogde zich te vermannen, en zeide, terwijl hij den gevreesden man in het gelaat keek, dat op dit oogenblik echter één en al lach was:

„Maar dat meent u immers niet, Commandeur? Wij zijn toch landgenooten en voeren dezelfde vlag?"

„Maar zegt men dan niet van mij, dat ik zelfs mijn landgenooten niet ontzie?" riep Compaan hun toe. „Doch weest niet bezorgd, vrienden. Hebben wij niet samen in vriendschap gegeten en gedronken, en zou ik thans u leed berokkenen? Ik denk er niet aan. Mijn landgenooten hebben niets van mij te vreezen en ik eerbiedig onze vlag. 't Was maar

Sluiten