Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

121

een grap, goede vrienden, weest onbezorgd. Komaan, gaat zitten, en Herman, schenkt de bekers nogmaals boordevol. De heeren hebben thans hun zin en weten, wie ik ben, hahahaha! Maar zij zullen ondervinden, dat zelfs Compaan niet zoo zwart is, als hij wordt uitgeschilderd."

De bezoekers herstelden zich en waren weldra weer geheel gerust gesteld. Compaan mocht dan een zeeroover wezen, hij was toch een gul gastheer en toonde zich een goed Hollander, die zijn landgenooten geen leed aandeed, wat anderen dan ook van hem mochten beweren. Zij dronken en klonken dus met nieuwen moed en namen eindelijk, maar toen was het al heel laat in den avond, een hartelijk afscheid van hem. En mocht er in het diepst van hun hart nog eenig wantrouwen zijn overgebleven, dan werd dat ten eenen male weggevaagd door de gulle wijze, waarop Compaan de uitnoodiging van Evert Cornelisz aannam, om 's anderen daags zijn gast te willen zijn.

„Domkoppen, die je bent!" mompelde Compaan met een grijnslachje, toen hij hen over de verschansing stond na te kijken, terwijl zij naar hun schip werden teruggeroeid.

Want van dat gastmaal kwam niets, en 't werd voor Evert Cornelisz en zijn mannen een droevige dag.

Te goeder trouw toch stuurde hij zijn matrozen naar het land, om in de zoutpannen aan het werk te gaan, en nauwelijks had Compaan dat gezien, of hij zond ook eenige mannen naar de kust om hen te bespieden en te zien, of er veel volk op het schip achtergebleven was. Dat bleek het geval niet te zijn. Zelfs Evert Cornelisz en zijn stuurlieden hadden het schip verlaten, zoodat Compaan geen verzet te vreezen had.

Toen gaf hij bevel, naar den Omval te roeien en het schip in bezit te nemen. Evert Cornelisz kwam met zijn stuurlieden juist aan het strand, toen hij zag, hoe Compaans mannen aan zijn boord klauterden, de ankertouwen doorkapten, de zeilen heschen, en zich met hun buit bij Compaans schepen voegden. Een groote schrik maakte zich van hem meester. Bevend wees hij naar den Omval en met ontzetting riep hij uit:

Sluiten