Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

124

wachts tegenover zich te zien, en dadelijk maakte hij zich gereed om aan te vallen. O, hij twijfelde niet, of ditmaal zou Compaan hem niet ontkomen. Wel had de zeeroover, evenals hij, vier schepen onder zijn bevel, maar de Spaansche vaartuigen waren veel zwaarder, veel sterker bemand, en hadden veel meer kanonnen aan boord.

De ontmoeting had plaats dicht bij de kust.

Nauwelijks had Compaan gezien, welk gevaar hem bedreigde, of hij liet de bloedvlag hijschen en de geschutpoorten openen. In korten tijd was alles voor het gevecht gereed. De zeeroovers wisten, dat van dezen strijd hun leven afhing. Moesten zij het onderspit delven, dan vielen zij den Spanjaarden in handen en zouden ongetwijfeld naar land worden gebracht, om daar te worden opgehangen. Zij besloten dus hun leven zoo duur mogelijk te verkoopen, en liever te sterven met het zwaard in de hand, dan als gevangenen aan de galg.

Compaan was zijn schrik al dadelijk te boven. Hij stond als een reus op de campagne van den Omval en gaf bedaard zijn bevelen. Maar hij bevond zich in een ongunstige conditie, want Colaart was hem voor geweest en had door een omtrekkende beweging de schepen van Compaan tusschen zijn vloot en de kust ingesloten, wat de zaak voor Compaan nog veel bedenkelijker maakte, daar hij thans ten zeerste in zijn bewegingen belemmerd werd.

Toch gaf hij den moed niet op. Hij beval Thijs Nellissen, den jeugdigen tamboer, naast hem te komen staan en er lustig op los te trommelen, 't Was geen bijzonder veilig plekje, wat Thijs moest innemen, maar hij was niet bang uitgevallen en trommelde, dat het daverde.

„Vuur!" gebood Compaan, en toen donderden zijn kanonnen en vlogen zijn kogels door het want van de Spanjaarden en brachten dood en verderf op hun schepen, maar dezen lieten het vuur van den zeeroover niet onbeantwoord en gaven met woeker terug, wat Compaan hun toegezonden had.

't Werd een vreeselijk gevecht. De Spaansche kogels

Sluiten