Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

"5

maaiden velen van Compaans mannen weg, maar ook op de Spaansche schepen vielen talrijke slachtoffers. Compaan wist met van wijken, hoe ook de kogels hem om de ooren floten, en Thijs bleef naast hem trommelen, dat het kalfsvel van zijn instrument er haast van barstte.

Neen, Colaart moest het zich bekennen, of hij wilde of niet: die Compaan was een dappere kerel en hij kon vechten als de beste. Had hij eerst gemeend, dat Compaan een gemakkelijke prooi voor hem zou zijn, al spoedig zag hij in, dat hij zich vergist had, en begreep hij, dat de overwinning, waaraan hij echter geenszins twijfelde, hem verre van gemakkelijk zou vallen.

De kanonnen bleven bulderen en de musketten knallen, en aan weerszijden vielen tal van dooden en gekwetsten, maar het gelukte den Spaanschen Admiraal niet, den vijand ook maar een haarbreed te naderen. Telkens, als hij dichter in de nabijheid der Hollanders kwam, hagelde het als het ware kogels op zijn schepen en door zijn want, en zijn tuigage werd meer en meer aan flarden geschoten, zoodat zijn zeilen bijna geen dienst meer konden doen en hij keer op keer gedwongen werd af te deinzen.

En bij de Hollanders herleefde de hoop, dat het gelukken zou, dank zij den moed en het groote beleid van hun Commandeur, dezen gevaarlijken dans te ontspringen. Hun moed klom bij de minuut en zij vochten als leeuwen, en toen het eindelijk Compaan gelukte, door behendig manoeuvreeren uit zijn benauwde positie los en in de volle zee te komen, toen ging er een donderend gejuich op onder zijn mannen, ter eere van Compaan, die zoo moedig den strijd tegen de overmacht had aangedurfd en zich zoo'n bekwaam Admiraal had betoond. Want van dat oogenblik af waren zij gered.

Compaan liet alle zeilen bijzetten en verdween weldra uit het gezicht der verbaasde Spanjaarden, die het zich haast niet konden begrijpen, dat zij het onderspit hadden moeten delven en een smadelijke nederlaag hadden geleden.

Maar 't was toch zoo!

Sluiten