Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

130

„Ik hoop van niet," was het antwoord. „Het zou me spijten. Wacht, laten we hem een paar droppeltjes Spaanschen wijn ingeven, dan komt er misschien wel verandering, en kwaad kan het hem niet doen."

Ze deden het, en inderdaad bleek het vurige druivensap een gunstige uitwerking te hebben. Herman sloeg na een paar minuten zijn oogleden op en keek tamelijk suf in het rond, en toen hij zijn vriend Thijs ontwaarde, kwam er een verheugd glimlachje op zijn lippen.

^O, — dat gaat goed,' zei Compaan. „Zorg maar, dat hij gauw weer beter is, trommelslager."

„Ik zal mijn best doen, Commandeur," zei Thijs lachend.

Compaan verliet de kajuit weer, om op het dek toezicht te houden, en Thijs bleef bij het bed van Herman zitten. Diens oogleden waren weer gesloten, en hij scheen te slapen.

Even later ging de kajuitsdeur weer open, maar heel langzaam, een hoofd verscheen door de opening en iemand keek glurend naar binnen, 't Was de bootsman, die hoopte, dat Herman alleen en buiten kennis zou zijn, om dan van de gelegenheid gebruik te maken, om zich den gordel toe te eigenen. Een trek van teleurstelling gleed over zijn gezicht toen hij opmerkte, dat zijn gissing onjuist was geweest, maar dadelijk vertrok hij zijn mond tot een vriendelijk glimlachje, toen Thijs, die hem gehoord had, hem toeriep:

„Kom er maar in, bootsman. Hij slaapt."

„O, — juist, — slaapt hij?" zei de bootsman, nader tredende. „Dat is gelukkig, 't Is een leelijk schot geweest, dat hem zijn arm wel had kunnen kosten. Wat ziet hij bleek, hè?"

„Ja, erg bleek."

Op dit oogenblik werd Herman weer wakker en hij staarde den bootsman verschrikt aan, toen hij hem ontwaarde.

„Wel, hoe gaat het ?" vroeg Hendrik de Hoogh vriendelijk en medelijdend.

„Beter, — beter," zei Herman zacht.

„Gelukkig. Dat was bij het randje af, Herman. Als ik er niet zoo gauw bij geweest was, zou je doodgebloed zijn.

Sluiten