Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ACHTSTE HOOFDSTUK

HERMAN ONTMOET ZIJN VRIEND GERRIT QUIK

Zij voeren in volle zee en zetten koers in Noordelijke richting. Meer dan een goede buit viel Compaan weer in handen, maar hij stelde zich met de lading tevreden en liet zijn slachtoffers hun schepen behouden. Hij wilde zich den last van een groote vloot niet meer op den hals halen en vond, dat hij aan vier vaartuigen al meer dan genoeg had. Onder de beroofden waren ook landgenooten geweest, die zich haastten bij den Prins en de Hoogmogende Staten hun beklag in te dienen. Het begon werkelijk met dien Compaan de spuigaten uit te loopen, en daar de hooge heeren tevergeefs gepoogd hadden met geweld aan zijn zeerooverijen paal en perk te stellen, besloten zij, al was het dan ook noodgedwongen en met grooten tegenzin, uit een ander vaatje te gaan tappen. Zij vermoedden, dat Compaan zoetjes-aan wel rijk genoeg zou zijn, om aan zijn zeerooverijen een einde te willen maken, en dat hij wel graag in het vaderland zou'willen terugkeeren, als hij maar wist, dat hij dat veilig en ongehinderd doen kon. Zij besloten dus, hem uit eigen beweging het pardon aan te bieden, dat hem vroeger geweigerd was, natuurlijk onder de verplichting, dat hij zijn zondig bedrijf voor goed zou opgeven. Als hij die voorwaarde aannam, en zij twijfelden niet, of hij zou dat graag willen, dan zouden zij hem het leven en de vrijheid schenken, en mocht hij behouden, wat hij zich door zijn rooverijen verworven had. Zoo kwam het dus, dat Hein Aartsz, de stiefbroeder van Compaan, bevel ontving voor den Prins te verschijnen, waar hem een belangrijke tijding wachtte. Hein

Sluiten