Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

volgen. „Zeg, Herman, ik kom hier ook liever als vriend, dan als vijand."

„Dat zal waar wezen, 't is gespuis, hoor, dat verzeker ik je. Maar zeg, Gerrit, wanneer ben je voor het laatst op Oostzaan geweest? Kom, laten we op het voorkasteel gaan zitten, daar kunnen we rustig praten."

Dat deden ze, en toen vertelde Gerrit, dat hij zeven maanden geleden van huis gegaan was en nu met een mooie lading van de kust van Guinea terugkeerde, en Herman vroeg hem naar zijn ouders en broers en zusters en naar nog honderd andere dingen meer, en Gerrit deed zijn best, om al die vragen zoo goed mogehjk te beantwoorden. Hij beloofde dadelijk bij Hermans ouders een bezoek te gaan brengen, als hij thuis gekomen zou zijn, en hun mede te deelen, dat Herman hoopte, thans den verloren broeder op het spoor te zijn, en dat het hem nu weldra misschien gelukken zou, hem uit zijn slavernij te verlossen. En ook, dat hij ernaar hunkerde, om naar huis te gaan en het roofschip te verlaten, waarop hij nu reeds zoo lang had rondgezworven.

Dat scheen Gerrit Quik zich maar niet goed te kunnen begrijpen.

„Maar waarom dan toch?" riep hij verwonderd uit. „Ik kan me geen mooier, avontuurlijker leven voorstellen, dan van een zeeroover. 't Is een prachtleventje! Jij zult al heel wat gezien en ondervonden nebben, Herman ? Toe zeg, je kunt er mij nooit genoeg van vertellen."

,,'t Mocht wat," zei Herman, en op zijn gelaat stond duidelijk te lezen, dat hij meende, wat hij zei: ,,'t Is een afschuwelijk leven. We doen niet anders dan rooven, stelen, plunderen en vechten, bah, je kunt je niet voorstellen, hoe erg het is, en we verkeeren nacht en dag onder het ergste gespuis, dat er op de wereld maar te vinden is." . „Maar buurman Compaan is toch een dappere kerel!" riep Gerrit met bewondering uit. „Iedereen zegt dat, en hij is schatrijk en de vriend van den Onderkoning van Marokko en hij noemt zich den Meester ter zee...."

„O ja, dat is alles waar," viel Herman in. „De Cornman-

151

Sluiten