Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

I55

„Ja Commandeur," zei Herman, die inwendig beefde van verontwaardiging over de onwaardige daad van Compaan, die zonder blikken of blozen zijn buurman en vriend tot den bedelstaf bracht.

Hij verliet de kajuit en kwam weldra met Fran?ois terug.

„Compaan, heb je geen medelijden met mijn vrouw en kinderen ?" hoorde hij Quik op smeekenden toon zeggen. „Kom hier, Gerrit, naast mij!"

Quik zag, dat zijn zoon gereed stond zich opnieuw op den gevreesden zeeroover te werpen, en maakte zich niet ten onrechte bang, dat dit de zaak nog erger zou maken. „Hoor je me, Gerrit, kom hier naast mij staan!"

Gerrit gehoorzaamde met blijkbaren tegenzin en hij keek Compaan aan met oogen, die gloeiden van haat en woede.

„Zoo'n gemeene dief!" siste het hem tusschen de tanden door, echter luid genoeg, om door Compaan verstaan te worden.

De zeeroover lachte sarcastisch en zeide:

„Heusch, buurman, die jongen bevalt me, daar zit ras in. Ik geloof, dat ik hem toch maar bij mij aan boord zal houden."

„Dan vermoord ik je!" schreeuwde Gerrit hem toe, die zich geheel door zijn verontwaardiging Het meeslepen en alle voorzichtigheid uit het oog verloor.

M-Vergeef het hem, buurman," zei Quik, „hij is nog te jong om te weten, wat hij zeggen en zwijgen moet. — En ik bid je, maak mij en de mijnen niet ongelukkig. Wat baat je dit ééne schip op de talloos vele, die je genomen hebt en die je nog nemen kunt ? Wat maakt één schip meer of minder voor je uit ? Zijn we dan niet altijd goede buren geweest en zelfs vrienden ? Zitten zelfs op dit oogenblik misschien niet onze vrouwen in vriendschap bij elkander en praten over jou en mij ? — Kan dan niets je hart verteederen, buurman?"

„Neen, — ik ben besloten en daarmede is het uit. — Francois, breng deze twee terug, maar laat je door een man of twaalf vergezellen, om het schip over te nemen. Als ze

Sluiten