Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

i66

Bij de komst van zijn gasten bleef hij stokstijf op zijn omgekeerden aarden pot zitten en verwachtte blijkbaar, dat de blanke bezoekers zich, evenals zijn eerbiedige onderdanen, voor hem ter aarde zouden werpen. En toen zij dat tot zijn grooten schrik niet deden, stond hij haastig op en gaf bevel, den toovenaar te roepen, die onmiddellijk moest komen om hem, den koning, door zijn tooverijen tegen alle gevaren te behoeden, en met blijkbaren angst bleef hij diens komst afwachten, vreezende, dat de blanken hem intusschen zouden aanvallen en dooden.

Weldra kondigde een gerinkel van naar het scheen gebarsten belletjes de nadering van den toovenaar aan. Hij werd voorafgegaan door twee vrouwen, waarvan de een een mat droeg en de ander een geitje met zich medevoerde, en gevolgd door een jongen, die hem bij zijn bezweringen de behulpzame hand moest bieden. Dat knechtje, nog niet meer dan een kind, was versierd met drie witte strepen, een van het voorhoofd tot aan de punt van zijn neus, een tweede over de bovenlip en de derde midden op zijn borst. Zelf was de toovenaar gekleed in een wijden rok van uit gras geweven stof, terwijl hij om zijn hals een reusachtige keten droeg, samengesteld uit stukken van kalebassen, vogelkoppen in natura en ruw bewerkte nabootsingen van diezelfde koppen in hout. Een breede band, met kralen bezet en met een grooten vederbos versierd, tooide hem het hoofd. Bij wijze van gordelknoop hing op zijn heup een bundel ijzeren klokjes, die klingelden, als hij zich bewoog. Eindelijk nog waren zijn gelaat, armen en peenen met witte pijpaarde bestreken, zoodat hij er tamelijk spookachtig uitzag. Er werd een bak of trog midden op het plein gezet, met een stok er dwars overheen, en toen begon de toovenaar met het verrichten van zijn bezweringen. Hij en zijn knecht besmeerden elkander met pijpaarde, zoodat zij ten slotte niet meer te herkennen waren, daarna trok de toovenaar een cirkel op den grond met een kruis erin, toen werd het arme geitje geslacht, waarbij zij er zorgvuldig voor waakten, dat het bloed aan weerskanten van den stok m de trog terecht kwam, en ten slotte hieven

Sluiten