Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

omhoog en vormden een grooten kring om de blanken, die hierdoor in minder dan geen tijd tot hun gevangenen waren gemaakt.

Maar Hendrik de Hoogh mocht dan een gewetenloos man zijn, dapper was hij ook, en hij liet zich door deze manoeuvre van het zwarte potentaatje geen schrik inboezemen.

„Ha, ha, mannen," riep hij zijn kameraden toe, „laten we dat zwarte Majesteitje eens aan het schrikken maken, en denkt er om, op zijn knieën moet hij, of hij wil of niet. Trekt je pistolen, en bij den derden tel schiet je af, ieder één schot in dien palmboom daar. Het tweede schot zorgvuldig bewaren, hoor! We konden het noodig hebben. Klaar ? — Een! — Twee! — Drie!"

De schoten knalden en hadden op de verschrikte bevolking een vreeselijke uitwerking. Nog nooit hadden zij een vuurwapen gezien, evenmin als een blanke, tenzij dan heel in de verte op een voorbijvarend schip, als zij toevallig aan de kust waren. Een hevige angstkreet steeg ten hemel, en toen zij zagen, dat de bladeren uit den palmboom dwarrelend naar beneden kwamen en zij de takken hoorden kraken, maakte een doodelijke angst zich van hen meester. Gillend vlogen de vrouwen overeind en vluchtten tot in de donkerste hoeken van hun hutten, en Koning Kassonngo was zoo door den schrik overmeesterd, dat hij zich voorover op den grond liet vallen en in elk oor een vinger stopte. Zoo wachtte hij den dood af, want dat die volgen zou, stond bij hem vast. En nauwelijks zagen de dappere zwarte krijgslieden den koning ter aarde storten, of zij volgden zijn voorbeeld en betuigden den blanken kermend hun eerbied.

't Was een bespottelijk gezicht! Niemand van hen, zelfs de koning niet, durfde het hoofd opheffen, en Hendrik de Hoogh genoot niet weinig van zijn triomf.

„Zeg hem, Samba, dat wij de toovenaars zijn van den machtigen koning van de zee, en dat onze koning eischt, dat hij hem op diens schip een bezoek komt brengen. Zeg hem tevens, dat hij en zijn dienaren thans mogen opstaan, en dat wij hen geen leed zullen doen."

168

Sluiten