Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

174

in het oor. „Laten we dichterbij sluipen en hen afluisteren." „Goed," zei Thijs.

Samen slopen zij onhoorbaar verder, voetje voor voetje, tot zij slechts door eenig kreupelhout van de anderen gescheiden waren. Daar legden zij zich naast elkander voorover op den grond en luisterden.

„Dus alles is goed afgesproken, niet waar mannen ?" zei de bootsman. „Wij wachten een gunstig oogenblik af en maken ons van Compaan meester, wiens laatste uur dan geslagen is. Ik weet, dat hij een onnoemelijken schat aan geld en juweelen in zijn kajuit verborgen houdt. —

„Die eigenlijk ons aller deel is!" viel Samba is.

„Juist," riep Michiel Krook, die van Jisp afkomstig was, „dat zeg je goed. Dat alles is even goed ons eigendom, als het zijne; wij hebben er voor gevochten en ons leven in de waagschaal gesteld. Waarom moet hij van alles het leeuwendeel houden en ons met een kleinigheidje afschepen?"

„Zoo is het," stemde Hendrik de Hoogh toe. „Maar mannen, we zijn nu in de gelegenheid, alles in de puntjes te bespreken, wat we aan boord niet kunnen doen, omdat we daar door spionnen omringd zijn. Ik zeg dus, laten we nu alles regelen en op het juiste oogenblik onzen slag slaan. En dan vraag ik: Wie moet Compaans plaats innemen, als hij er niet meer is ? Wie zal zijn opvolger zijn ?"

„Jij natuurlijk, bootsman!" riep Samba hem toe.

„Waarom?" vroeg Michiel Krook. „Waarom hij en niet ik, of een ander?"

„Precies!" zei een Italiaan, die nog maar kort bij Compaan aan boord en een hoogst gevaarlijk mensch was. „We hebben allen gelijke rechten, zou ik meenen!"

„Dat is zoo," riep Hendrik de Hoogh hun toe, „we hebben allen gelijke rechten, dat is een waar woord, maar wè kunnen niet allen Commandeur worden. Wie zal het wezen ? 't Moet een eerlijk man zijn, die den buit niet alleen voor zichzelf houdt, maar gelijkelijk onder zijn mannen verdeelt, want zoo behoort het. En hij moet tevens een moedig man zijn.."

„Dat alles is onze bootsman!" schreeuwde Samba, die

Sluiten