Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

i87

„Wat kijkt u ernstig, Oom Wijbrand," zei Aris, toen hij zag, hoe zijn Oom het voorhoofd fronste en de lippen op elkander kneep. „Ziet u wat bijzonders aan die schepen?"

„Help eens kijken, Aris, zijn ze van boven niet met rood schansdoek bekleed ? Dat is een kleur, die ik niet verfrouw."

„Ja Oom, u heeft gelijk, en ze schijnen zwaar gewapend ook. 't Zullen toch geen zeeroovers zijn?"

„Dat zal de tijd leeren. In allen gevalle zullen we de noodige maatregelen tot tegenweer nemen. Al zijn we maar twee tegen vier, ze zullen toch geen gemakkelijke prooi aan ons hebben."

Hij floot op zijn commando-fluitje en gebood, de groote zeilen in te nemen, de kisten en kasten op den overloop te zetten, de bier- en watervaten op het dek te plaatsen en ze den bodem in te slaan, en de kanonnen in batterij te stellen. Bovendien moesten de geschutpoorten geopend worden en alle mannen zich voor den strijd gereed houden. De musketten werden dus geladen, evenals de pistolen, en de zijdgeweren aangegord.

Hoewel Admiraal Schram voornemens was geweest de rivier op te varen, bleef hij thans voor den mond daarvan heen en weer kruisen, om te voorkomen, dat hij daarin opgesloten zou worden.

De heer Gilles Seys, die op het schip van Admiraal Schram aanwezig was als vertegenwoordiger van de reeders, die de vloot hadden uitgezonden, kwam op de campagne om te zien, wat er aan de hand was, en ontstelde niet weinig, toen hij vernam, dat de vier schepen, hoewel zij de Hollandsche vlag voerden, wel eens zeeroovers konden zijn.

„En wat is uw plan, Admiraal ?" vroeg hij, bleek van schrik.

„Ik zal het Admiraalschip praaien," zei Schram. En hij gaf bevel, dat vaartuig zoo dicht mogelijk te naderen.

Toen zij elkander beroepen konden, greep plotseling Aris zijn Oom bij den arm, en schreeuwde in de grootste opgewondenheid:

„Kijk eens, Oom, kijk eens daar, op de campagne. Ziet

Sluiten