Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

192

Hij leefde veel onder heidenen en Turken, en niets zou hem liever zijn, dan eens met een Christenmensch te kunnen spreken. Ten slotte deed hij zijn hartelijke groetenis en teekende

Klaas Compaan.

Compaan las zijn brief nog eens door met een listig lachje, en liet hem door twee negers van koning Kassonngo in een kano naar de Hollandia brengen, waar hij door den schipper, aan wien Compaan hem trouwens ook geadresseerd had, in ontvangst werd genomen.

Als Compaan echter gemeend had, dat Admiraal Schram gemakkelijk in den hem gespannen strik zou loopen, dan had hij het glad mis, want deze doorzag zijn kwade bedoelingen onmiddellijk.

Hij schreef Compaan dadelijk terug, dat het ook hem leed Jiad gedaan van de wapenen gebruik te moeten maken tegen landgenooten, te meer nog omdat hij wist, dat velen van de zijnen familie en bloedverwanten hadden bij de tegenpartij, zoo onder anderen was de zoon van den hoogbootsman op den Omval bij hem aan boord, en het deed hem zeer, dat deze moest strijden tegen zijn eigen vader.

Het was hem aangenaam, dat Compaan hem verzocht om vrienden onder elkander te blijven, want hij begeerde geen vijandschap. Hij zou alleen ter eere Gods en ten dienste van het vaderland strijden, zooals zijn lastgeving en zijn geweten hem dat voorschreven en waartoe zijn meesters hem alle benoodigde hulpmiddelen hadden meegegeven. Zeker wilde hij met Compaan in vriendschap leven, doch alleen op voorwaarde, dat deze zijn ankers zou lichten en zijn schepen zoover binnenwaarts verhalen, dat de thans tusschen hen bestaande afstand verdubbeld werd. Dan zou hij, Schram, met zijn schepen kunnen komen, waar die van Compaan thans lagen, en kon hij met de noodige herstellingen beginnen. Wanneer Compaan hierin toestemde, zouden diens mannen vrijgeleide krijgen om bij hem aan boord te komen ten einde hun vrienden en verwanten aldaar te ontmoeten.

Sluiten