Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

II

„Dat is zoo," lachte de bode, „doch schiet maar wat op."

„Zeg maar dat ik dadelijk kom."

Een kwartiertje later stond de schipper in burgemeesters kamer. Wat was dat 'n deftige boel! Een zwaar dik tapijt op den grond, groote schilderijen aan den wand, zeker portretten van vroegere burgemeesters, in 't midden een zware tafel, vol papieren en daar omheen tal van breede stoelen met het Hoornsche wapen in de leuning — de bekende eenhoorn.— Doch Geert had weinig tijd, rond te zien, want reeds vernam hij de stem van burgemeester Hermansz, die tegenover hem aan de tafel zat.

„Zoo schipper, we hebben je hier ontboden, omdat we een aardig werkje voor je hebben." ' „En dat is, burgemeester ?"

, Ja, man, je hebt verleden week de heele stad in opschudding gebracht met je verhaal van de Spaansche vloot en toen gezegd, dat je wel graag zou willen weten, hoe het ermee afgeloopen is."

„Ik, burgemeester?" —

„Ja zeker, dat is ons verteld en daarom dachten we, Geert Jansz zullen we dan in de gelegenheid stellen, alles haarfijn te vernemen. Je moet weten: er moet een brief naar Engeland en dat wel zoo gauw

Sluiten