Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

13

geld aangenomen. Neen, dat doe ik niet. Maak nou maar m'n spullen in orde en die van Wim, dan ga ik naar de haven en roep de mannetjes bij elkaar."

„Maar Wim gaat toch vast niet!" — verklaarde moeder, terwijl ze met den rug van de hand langs haar oogen streek. „Och, vader, laat hem hier."

„Dat weet ik nog niet, dat moet je maar met den jongen zelf bepraten!" en Geert Jansz haastte zich de deur uit.

Weldra was het groote nieuws aan de haven bekend en Wim, die met een aantal kameraden over de leuning van det, brug kringetjes spuwde in het water, sprong wel tien voet de lucht in, toen hij de tijding vernam, doch vader zette een domper op zijn opgewondenheid.

„Moeder, wil niet, dat je mee gaat, jongen."

„Maar, vader, wie moet dan voor u zorgen, u neemt toch geen anderen scheepsjongen ? Neen, dat kan niet, ik zal moeder wel bepraten!"

En hij holde naar de Peperstraat en daar had tusschen moeder en zoon een langdurig gesprek plaats. Wat vrouw Jansz ook aanvoerde, op alles had Wim een antwoord klaar.

„Neen, moeder," zei hij ten slotte, „neen, thuis-

Sluiten