Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

i7

„Die liggen vlak bij den Spanjaard; hoe dat nog eens af moet loopen, ik weet 't niet!"

„Nou," zei Geert, „ik zal er misschien nog wat van hooren, want ik vaar straks uit!"

„Wat!" riepen de vischers, „ga je naar zee!"

„Ja, mannen, ik heb een brief van de Staten en die moet naar Engeland. — Er is haast bij zeggen ze!"

„Jij, liever dan ik," bromde IJsbrandsz. „Je mag wel uitkijken, want wat kan jij met je schuit tegen die Spaansche rakkers."

„Natuurlijk niets, maar och, ik heb ze gezien, ze varen zoo langzaam, dat ik ze best ontzeil."

„Ik help je 't wenschen!"

Toen twee uur later Geert het Marsdiep uitgierde, stonden tal van oude bekenden hem op den wal na te turen.

„Die kerel is nog niet terug," merkte Karei Frederiksz op.

„Och kom," antwoordde De Lange, een oude varensgast,— „och kom, die Geert Jansz is altijd een gelukskind geweest en zal er nou ook wel doorkomen."

„Een gelukskind, hoe zoo?"

„Nou, dat zal ik je zeggen. Ik ken Geert al, dat hij nog zoo klein was," .. en de spreker wees tot

Onoverwinnelijke Vloot. 3

Sluiten